Boekgegevens
Titel: Toetsnaald VII voor hen, die zich voorbereiden voor de toelatings-examens tot de kweekscholen en rijks-normaallessen voor onderwijzers en onderwijzeressen: schriftelijke examen-opgaven 1895-1899
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: 's-Gravenhage: Haagsche Boekhandel- en Uitgevers-maatschappij, 1899
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8770
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202131
Onderwerp: Onderwijs: studentenevaluatie
Trefwoord: Examenopgaven, Voortgezet onderwijs
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Toetsnaald VII voor hen, die zich voorbereiden voor de toelatings-examens tot de kweekscholen en rijks-normaallessen voor onderwijzers en onderwijzeressen: schriftelijke examen-opgaven 1895-1899
Vorige scan Volgende scanScanned page
115
heeft zieh vooral verzet tegen de pogingen tot machtsuitbrei-
ding van den Pranschen koning .... Toen hij stierf (. . .)
was juist een oorlog tegen dien vorst uitgebroken : de . . . ,
die eindigde in ... .
189 9.
XXV. R. K. s. Haarlem.
Geschiedenis.
Opm. Lees de volgende opgaaf zeer aandachtig.
Ge kent wel zoo het een en ander in ons land, dat nu
anders is dan een eeuw geleden; ook wel, dat nu er is, maar
toen er nog niet was; ook misschien wel, waarbij 't omge-
keerde het geval is.
Schrijf dat eens op.
Bedenk, dat deze opgaaf niet alleen loopt over de regeerings-
personen en wat daarmee in onmiddellijk verband staat.
Mocht gij, terwijl gij 't eenen ander opschrijft, meenen, dat
de menschen nu over de een of andere zaak heel andere
denkbeelden hebben dan in 't eind van de vorige of in 't
begin van deze eeuw, schrijf dat dan ook op.
En mocht af en toe de gedachte in u opkomen, dat de
menschen het tegenwoordig in dit of dat opzicht beter — of
misschien ook slechter — hebben dan 100 jaar geleden, houd
dit niet voor u, maar zeg het ronduit.
XXVII. R. K. S. Deventer.
Aardrijkskunde.
1. Hoe ligt Enschede van Heerenveen ? Welke plaatsen
liggen ongeveer in de lijn, die de twee genoemde verbindt
(in volgorde op te noemen)? Welke wateren snijdt deze lijn
(in volgorde op te noemen)?
2. Op welken bodem ligt Bodegraven ? Hoe kwam die
grondsoort daar? Weet ge ook, wat er onder ligt?
3. Toen er nog geene spoorwegen waren, was Noord-
Brabant in hooge mate afgezonderd van de andere provincies ;
maak dit eens duidelijk.