Boekgegevens
Titel: Toetsnaald VII voor hen, die zich voorbereiden voor de toelatings-examens tot de kweekscholen en rijks-normaallessen voor onderwijzers en onderwijzeressen: schriftelijke examen-opgaven 1895-1899
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: 's-Gravenhage: Haagsche Boekhandel- en Uitgevers-maatschappij, 1899
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8770
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202131
Onderwerp: Onderwijs: studentenevaluatie
Trefwoord: Examenopgaven, Voortgezet onderwijs
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Toetsnaald VII voor hen, die zich voorbereiden voor de toelatings-examens tot de kweekscholen en rijks-normaallessen voor onderwijzers en onderwijzeressen: schriftelijke examen-opgaven 1895-1899
Vorige scan Volgende scanScanned page
105
b. Welke droogmakerijen kent ge ? Wat weet ge er van ?
(Ge kunt b.v. vertellen: hoe ze ontstaan, hoe ze droog ge-
houden worden, welke grondsoort men er vindt, welke er de
middelen van bestaan zijn.)
c. Waar vindt men veenkoloniën ? Wat weet ge er van ?
(Ge kunt b.v. schrijven : hoe ze ontstaan, welke grondsoort
men er vindt, waarmee de bewoners zich bezighouden en
welke er de middelen van verkeer zijn.)
— Niet over het ontstaan van veen spreken! —
IL R. K. S. Deventer.
Aardrijkskunde.
1. Soms zijn rivieren grenzen tusschen staten of deelen van
staten; geef eenige voorbeelden in en buiten Nederland, en
noem de staten of deelen van staten, welke ze scheiden.
2. In beschaafde landen vormen rivieren thans in mindere
mate eene scheiding dan een paar duizend jaren geleden;
immers.....
3. De spoorweg van Deventer naar Amsterdam gaat langs
.....: hij ligt niet horizontaal, immers.....
4. Het kanaal, dat de Hunze en de Westerwoldsche Aa
verbindt, heet.....; het ontstond door.....
5. De Regge is een bijstroom van de.....; ze stroomt
langs.....; vroeger was ze beter bevaarbaar dan thans,
doordat.....
6. Arnhem en Nijmegen komen, wat de ligging betreft,
hierin overeen, dat.....
Ze verschillen echter hierin, dat.....
7. Toen de rivieren niet bedijkt waren, ging er minder
slib naar zee dan thans, want.....
8. Hoofdsteden liggen vaak in het midden van landen en
gewesten, b.v......
Enkele hoofden van Europeesche staten liggen echter dicht
bij de grenzen, namelijk:.....
(Achter de hoofdsteden ook de staten noemen.)
9. Suezbooten noemt men.....
10. De hoofdstad van Nederlandsch-Indië heet.....; die
van Suriname.....; de eerste ligt even ver ten.....
als de laatste ten.....van de linie.