Boekgegevens
Titel: Toetsnaald VII voor hen, die zich voorbereiden voor de toelatings-examens tot de kweekscholen en rijks-normaallessen voor onderwijzers en onderwijzeressen: schriftelijke examen-opgaven 1895-1899
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: 's-Gravenhage: Haagsche Boekhandel- en Uitgevers-maatschappij, 1899
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8770
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202131
Onderwerp: Onderwijs: studentenevaluatie
Trefwoord: Examenopgaven, Voortgezet onderwijs
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Toetsnaald VII voor hen, die zich voorbereiden voor de toelatings-examens tot de kweekscholen en rijks-normaallessen voor onderwijzers en onderwijzeressen: schriftelijke examen-opgaven 1895-1899
Vorige scan Volgende scanScanned page
101
283. A en B gaan respectievelijk uit P en C^ tegelijk elkaar
tegemoet; 5 uren na hunne afreis ontmoeten ze elkaar. Als
A voor den geheelen weg 8 uur noodig heeft, hoeveel heeft
A dan daarvoor noodig?
284. A en B meten een zelfde stuk laken, A met de oude
el (0,688 M.) en B met den meter. A vindt 156 ellen meer
dan B meters; hoe lang is het stuk in ellen en in meters ?
285. Van twee oliebakken is de eerste lang 2.4 M. en
breed 1.5 M.; de tweede lang 1.6 M. en breed 1.25 M., terwijl
de olie in den tweeden bak 1 "/j X zoo hoog staat als in den
eersten. De bakken bevatten samen 37.6 HL.; hoe hoog staat
de olie in iederen bak?
286. Iemand koopt 7'/i M. linnen en 5 KG. zeep. Als de
M. linnen 10 ets. goedkooper en het KG. zeep 10 ets. duurder
was, dan zou hij f6.95 moeten betalen. Hoe duur is 1 M.
linnen en 1 KG. zeep ieder afzonderlijk, als de prijs van
1 M. zich verhoudt tot dien van 1 KG. zeep als : ■''/14 ?
287. Vul in:
n 01V V ■ _ 5 X 4.9 X 0-5 X 0.49
u.rfi^ö X ^^ X 4 g - • 100 j -
288. Als zeewater op elke 100 gewichtsdeelen 2.5 deel
zout bevat, hoeveel HL. zeewater zullen dan 513 K.G. zout
opleveren als het S. G. van zeewater 1.026 is?
289. Iemand zet een zekere som op interest tegen 3 pCt.
en nog eene andere tegen 4 pCt. 'sjaars. De sommen bedra-
gen samen f800.—• en leveren in 5 jaar f 144.—interest. Hoe
groot is iedere som?
290. Indien ik het getal 750 zoodanig in twee deelen ver-
deel, dat 1'/4-maal het vijfde deel van het eerste gelijk is
aan tweemaal het zevende deel van het andere, hoe groot is
dan ieder deel?
291. Van een eikenhouten kist met deksel, buitenwerks
lang en breed 34 cM. en hoog 30 cM., is het hout 2cM. dik.
Bereken eerst de inwendige ruimte. — In deze kist bevinden
zich 4 fleschjes, ieder gevuld met 0.4 L. van zekere vloeistof,
wier S. G. 0.9 is, terwijl de fleschjes ieder 1.75 H.G. wegen.
Hoe groot is het gewicht van kist, fleschjes en vloeistof
samen, als het S. G. van eikenhout op 1.2 gesteld wordt?