Boekgegevens
Titel: Toetsnaald VII voor hen, die zich voorbereiden voor de toelatings-examens tot de kweekscholen en rijks-normaallessen voor onderwijzers en onderwijzeressen: schriftelijke examen-opgaven 1895-1899
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: 's-Gravenhage: Haagsche Boekhandel- en Uitgevers-maatschappij, 1899
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8770
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202131
Onderwerp: Onderwijs: studentenevaluatie
Trefwoord: Examenopgaven, Voortgezet onderwijs
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Toetsnaald VII voor hen, die zich voorbereiden voor de toelatings-examens tot de kweekscholen en rijks-normaallessen voor onderwijzers en onderwijzeressen: schriftelijke examen-opgaven 1895-1899
Vorige scan Volgende scanScanned page
100
voetpad van 3 dM. breedte overblijft. Men haalt er 28.77
HL. af, waarna de voetpaden 1 dM. breeder zijn geworden,
Hoe hoog ligt nu het graan ?
274. Het quotiënt eener deeling is 12^jg. Neemt men den
deeler 4'/2 kleiner, dan is het quotiënt 14. Men vraagt naar
deeler en deeltal der Ie deeling.
275. Hoeveel getallen tusschen 2000 en 7000 zijn wel deel-
baar door 24, doch niet door 36?
276. A en B gaan elkaar 's morgens om 8 uur uit Q en
R tegemoet. Als zij elkaar 's namiddags te 1 uur ontmoeten
en A 's avonds om kwart over 6 te R aankomt, hoe laat is
dan B te Q aangekomen?
277. Een rechthoek, die 2-maal zoo lang is, als breed,
heeft eenen rand, die 2 cM. breed en 128 cM^. groot is.
Bereken de oppervlakte van den geheelen rechthoek.
278. Een handelaar koopt eene partij koopwaren tegen
60 ct. het KG. Hij verkoopt een gedeelte tegen 75 ct. en later
de rest tegen 50 ct. het KG. Had hij het eerste deel tegen
70 ct. en de rest tegen 57V-2 ct. het KG. verkocht, dan zou
hij evenveel gewonnen hebben. Hoeveel percent wint hij ?
Meetkunde.
279. Uit een der uiteinden van de grondlijn van een gelijk-
beenigen driehoek wordt eene loodlijn neergelaten op de
overstaande zijde. In welke deelen wordt de hoek aan de
grondlijn verdeeld, als de tophoek 40" is ?
280. Teeken een rechthoek ABCD, waarvan A en C over-
staande hoekpunten zijn. Neem op BC een punt E zóó. dat
CE = 2 X BE en op CD een punt P zóó, dat CF = DF.
Verbind nu A met E en E met F en F met A. Welk deel is
elk der vier driehoeken van den rechthoek en waarom ?
281. Het O
is 384 cM2. A
jpervlak eener regelmatige vierzijdige pyramide
's de ribbe aan het grondvlak 12 cM. is, bereken
dan de hoogte en den inhoud der pyramide.
XXIX. R. K. s. Middelburg.
de uitkomst tot een tiendeele breuk in vier decimalen nauw-
keurig.