Boekgegevens
Titel: Toetsnaald VII voor hen, die zich voorbereiden voor de toelatings-examens tot de kweekscholen en rijks-normaallessen voor onderwijzers en onderwijzeressen: schriftelijke examen-opgaven 1895-1899
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: 's-Gravenhage: Haagsche Boekhandel- en Uitgevers-maatschappij, 1899
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8770
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202131
Onderwerp: Onderwijs: studentenevaluatie
Trefwoord: Examenopgaven, Voortgezet onderwijs
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Toetsnaald VII voor hen, die zich voorbereiden voor de toelatings-examens tot de kweekscholen en rijks-normaallessen voor onderwijzers en onderwijzeressen: schriftelijke examen-opgaven 1895-1899
Vorige scan Volgende scanScanned page
99
265. Als 3-maal zeker geheel getal 3 minder is dan een
5-voud, dan is 4-maal dit getal 1 meer dan een 5-voud. Hoe
maakt ge dit duidelijk ?
266. A en B spelen. Bij het eerste spel wint A 9 ct. van
B; A heeft dan l'/a-maal zooveel als B overhoudt. Bij het
tweede spel wint B 12 ct. v^n A; B heeft dan 2'/3-maal
zooveel als A overhoudt. Hoeveel geld had ieder van hen bij
het begin van het spel?
267. A, B en C hebben samen met werken f 28,12 ver-
diend. A heeft 5 dagen en 6 uren, B 4 dagen en 9 uren, en
C 6 dagen en 8 uren gearbeid. Als het dagloon van A fl,80,
dat van B f 1,60 en dat van C f 1,-50 bedraagt en zij even-
veel uren per dag werken, hoeveel heeft ieder van hen dan
verdiend ?
268. Een koopman ontvangt 27 kisten thee, wegende ieder
48 KG. bruto, tarra 4 pCt. Hoeveel moet de koopman betalen,
als 1 KG. netto f 3,35 kost, en hij 1 ',-j pCt. mag korten voor
contante betaling?
N.B. Bij de berekening van tarra verwaarloost men wat
minder dan 'j., KG. is; voor KG. en wat meer is, brengt
men 1 KG. in rekening. Evenzoo handelt men bij de bereke-
ning van de korting met „centen".
XXVIII. R. K. S. Maastricht.
269. A, B en C handelen. A en B leggen samen f 7.500 in
en C fiOOO meer dan A. Van de winst, die f 1260 bedraagt,
krijgt A f 240. Hoeveel heeft ieder ingelegd ?
270. Iemand verkoopt ^/n van eene partij thee met 8 pCt.
winst voor 2.70 gld. het K.G. De rest verkoopt hij voor 2.90
gld. het K.G. Hoeveel pCt. wint hij gemiddeld?
271. Van eene aftrekking is de som van aftrektal, aftrek-
ker en verschil 4704. Vermeerdert men den aftrekker met
864, dan wordt het nieuwe verschil gelijk aan den nieuwe
aftrekker. Welke is die aftrekker?
272. Men vermeerdert den teller eener breuk met 35 en
vermenigvuldigt den noemer met 2, waardoor de breuk
4-maal zoo groot wordt. De teller en de noemer der oorspron-
kelijke breuk verschillen 3. Welke is die breuk?
273. Op een zolder, lang 6'/2 M. en breed 4V-. M., ligt
tarwe ter hoogte van 4 dM., terwijl langs de vier zijden een