Boekgegevens
Titel: Toetsnaald VII voor hen, die zich voorbereiden voor de toelatings-examens tot de kweekscholen en rijks-normaallessen voor onderwijzers en onderwijzeressen: schriftelijke examen-opgaven 1895-1899
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: 's-Gravenhage: Haagsche Boekhandel- en Uitgevers-maatschappij, 1899
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8770
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202131
Onderwerp: Onderwijs: studentenevaluatie
Trefwoord: Examenopgaven, Voortgezet onderwijs
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Toetsnaald VII voor hen, die zich voorbereiden voor de toelatings-examens tot de kweekscholen en rijks-normaallessen voor onderwijzers en onderwijzeressen: schriftelijke examen-opgaven 1895-1899
Vorige scan Volgende scanScanned page
97
kapitaal en 45 pCt. op V4 deel. Hij verliest van de rest
15 pCt. Hij bezit nu f 9315. Hoe groot was zijn aanvankelijk
kapitaal?
248. Iemand vestigt zich in Haarlem. Hij kan van een
ander, die naar Den Haag overgeplaatst is, voor 2 jaren een
huis huren, per jaar f 100 minder dan deze er voor betalen
moet. Na afloop van deze twee jaren huurt hij het huis
opnieuw voor 3 jaren en nu van den eigenaar, die, de jaar-
lijksche huur met I2V2 pCt. vermindert. Na afloop van de
5 jaren bevindt hij, dat hij gemiddeld per jaar f 330 huur
heeft betaald. Hoeveel bedroeg de aanvankelijke huur, door
den eersten huurder betaald?
249. A en B gaan tegelijkertijd van P naar Q. A loopten
legt per uur 4 K.M. af. B rijdt en doet per uur K.M. B be-
reikt Q in 4 uur en rijdt onmiddellijk terug naar P. Na een
rust van 3 uren rijdt hij weder naar Q met dezelfde snelheid.
Hoe ver van Q zal hij A inhalen, die onderweg bij een
vriend 7 uren heeft getoefd?
XXVI. R. K. S. Nijmegen.
2-50. In te vullen :
2'/:, + 4-^/„ ^ + 1.4
3^8 - 1-25 ... — 1.5

= 30.1.
2^/3 + 1.125
251. A verdient in 8 maanden evenveel als B in 5 maanden.
Als A 15 gld. meer en B 15 gld. minder per maand verdiende,
waren hun verdiensten gelijk. Hoeveel verdient elk hunner
in één maand?
252. Twee kapitalen, samen groot f9000, staan uit tegen
4 en 5 pCt. 'sjaars gedurende 3 maanden. Worden de per-
centen verwisseld, dan is de som der interesten f2.5 meer.
Hoe groot is ieder kapitaal ?
253. Deelt men de som van vier getallen achtereenvolgens
door het eerste, tweede en derde dier getallen, dan krijgt
men de quotiënten 5, 6, 7. Wat is het quotiënt, als men de
som door het vierde getal deelt?
254. Een steenen bak, van buiten gemeten 1.25 ^I. lang
en 3.5 dM. breed, kan 7.7 DL. water bevatten. Hoe hoog is
de bak, als de wanden 7.5 cM. dik zijn?
Toetsnaald VII. 7