Boekgegevens
Titel: Toetsnaald VII voor hen, die zich voorbereiden voor de toelatings-examens tot de kweekscholen en rijks-normaallessen voor onderwijzers en onderwijzeressen: schriftelijke examen-opgaven 1895-1899
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: 's-Gravenhage: Haagsche Boekhandel- en Uitgevers-maatschappij, 1899
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8770
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202131
Onderwerp: Onderwijs: studentenevaluatie
Trefwoord: Examenopgaven, Voortgezet onderwijs
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Toetsnaald VII voor hen, die zich voorbereiden voor de toelatings-examens tot de kweekscholen en rijks-normaallessen voor onderwijzers en onderwijzeressen: schriftelijke examen-opgaven 1895-1899
Vorige scan Volgende scanScanned page
95
R. N. S. Middelburg.
2ol. Bereken:
a. 2.35 tientallen + 50.03 duizendsten 0.9783 honderd-
tallen — 30.03 duizendsten.
h. (2V4 - 'h X m ■■ VU X 3V3 + 'Is)-
232. Een bak, lang 1.25 M., breed 7.4 dM. en diep 72 cM.,
is voor 2/3 gevuld met water. Hoeveel emmers water zijn in
dien bak, als 2 emmers 3 DL. inhoud hebben ?
233. Een jongen deelde een getal door 27. Als de helft
van zijn quotiënt, met S'ji vermeerderd, 139'/e bedraagt, hoe
groot was dan het deeltal ?
234. Iemand trekt jaarlijks 4'/4 pCt. van zijn geld of wat
op hetzelfde neerkomt f 10 minder dan '/^o van zijn kapitaal.
Na hoeveel jaar zal hij f 570 aan interest hebben ?
235. A. koopt 400 KG. van 22.5 cent de KG. en nog 500
KG. van een anderen prijs. Beide partijen verkoopt hij met
een gemiddelden winst van 10 pCt. voor 27.5 cent de KG.
Wat is de inkoop van de laatste partij per KG. ?
R. N. S. Groningen.
286. Er zijn 3 getallen. Het product van 't eerste en
tweede is 4 en dat van het tAveede en derde is 10. Welke
getallen zijn het, als het derde 21/4 meer is dan het eerste?
237. Aan een bak, die 120 L. kan bevatten, zijn 2 kranen,
een aan den bodem en een op de helft van de hoogte. De
eerste kraan laat per minuut 5 dL. en de bovenste 3 dL.
door. Als het vat voor gevuld is, en de kranen tegelijk
worden geopend, na hoeveel minuten zal het vat dan leeg
zijn?
238. Het is 11 uur; hoeveel minuten verloopen er, totdat
de uur en minuten wijzer een hoek van 100^ vormen?
289. A heeft 2 kapitalen, samen f 30000 groot op interest
uitstaan, het eerste tegen 4'/4 pCt. en 't tweede tegen 4 pCt.
Beiden brengen samen in 't jaar f 1230 op. Hoeveel zou de
interest meer of minder zijn, als het eerste tegen 4-/2 en het
tweede tegen S'/a pCt. was uitgezet?