Boekgegevens
Titel: Toetsnaald VII voor hen, die zich voorbereiden voor de toelatings-examens tot de kweekscholen en rijks-normaallessen voor onderwijzers en onderwijzeressen: schriftelijke examen-opgaven 1895-1899
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: 's-Gravenhage: Haagsche Boekhandel- en Uitgevers-maatschappij, 1899
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8770
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202131
Onderwerp: Onderwijs: studentenevaluatie
Trefwoord: Examenopgaven, Voortgezet onderwijs
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Toetsnaald VII voor hen, die zich voorbereiden voor de toelatings-examens tot de kweekscholen en rijks-normaallessen voor onderwijzers en onderwijzeressen: schriftelijke examen-opgaven 1895-1899
Vorige scan Volgende scanScanned page
Met oordeel vormt het cel bij cel,
En bouwt ze aaneen op nette wijze,
En rust niet, voor zij alle wel
Voorzien zijn van de winterspijze.
Aan deeglijke' arbeid, naar mijn staat,
Verlang ook ik mijn tijd te schenken;
Steeds weet de Booze kwaad op kwaad
Voor le^.ge handen te bedenken.
'k Wil tusschen nuttige oefening
En sterkend spel mijn jeugd verdeelen.
Verveling is een leelijk ding
En kan slechts leed en wroeging telen.
1. Geef voor ieder der cursief gedrukte woorden een ander
gepast woord.
2. Verklaar regel 2 van het eerste couplet.
3. Zeg met andere woorden, wat er volgt op „uit" in r. 4
van het eerste couplet.
4. Wie zijn /sij (couplet 2)?
5. Druk den inhoud der laatste helft van couplet 3 in
een spreekwoord uit.
6. Plaats voor „Steeds" in couplet 3 en voor „Verveling'^
in couplet 4 een passend voegwoord.
7. Verklaar het opschrift.
8. Zeg eens, in een voorbeeld, wat wroeging is.
D i c t é e.
1. Allen stonden opgetogen over de(n) moed en de vol-
harding, door onze dappere Indische krijgslieden gedurende
de expeditie op Lombok betoond.
2. De schemering liet nog geruime(n) tijd op zich wachten,
maar toen eindelijk de dageraad de(n) oostelijke(n) hemel
verlichtte, gingen we onmiddellijk op reis.
3. De(n) aanwezigen werd verzocht, aanstaande(n) Zondag
eene tweede vergadering te komen bijwonen.