Boekgegevens
Titel: De winteravonden: een leesboek voor de lagere scholen
Auteur: Vegt, J. van der
Uitgave: Arnhem: J. Voltelen, 1876
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8805
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202129
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De winteravonden: een leesboek voor de lagere scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
85
daar zoo stonden te rooken. Vader liep regelregt op
hen aan, en de eerste, dien hij aansprak, was een
jongetje, nog geen Nederlandsche el groot, met een
pijpje in den mond en dampende, dat hem de wolken
rook om de ooren sloegen. Vader zeide tot hem:
Wel, knaap! wat ben je een batsche vent:
Gij hebt u 't rooken aangewend.
Als deedt gij 't heel uw leven.
Doch mannetje! kunt gij uw geld.
Waar gij zoo weinig prijs op stelt,
Niet voor wat beters geven ?
Och kind, bespaar veel liever 't geld,
Dat men u heeft ter hand gesteld ,
Dan kunt gij daarvoor koopen
Een nieuwe broek of mooije pet;
Dat gaf u wis een grooter pret,
Dan met een pijp te loopen.
De knapen keken raar op den neus. De een voor,
de ander na stopte zijne pijp weg of wierp zijne sigaar
in het water. — Toen tastte vader in den zak, gaf
hun eenige centen, en zeide: »Ziedaar jongens ! gaat
»daarmede naar den bakker en koopt er eenige bollen
»voor; dat zal beter voor u wezen, dan tabak te roo-
»ken."
Wij gingen voort. Ik keek nog eens achterom en
zag, dat er eenigen hunne pijp weg wierpen. Ik zeide
dit aan vader.
O, hoe verheugde hij zich. Eindelijk zeide vader:
»Willem!"