Boekgegevens
Titel: De winteravonden: een leesboek voor de lagere scholen
Auteur: Vegt, J. van der
Uitgave: Arnhem: J. Voltelen, 1876
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8805
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202129
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De winteravonden: een leesboek voor de lagere scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
80
Zoodra men in de kamer kwam,
En moeder het geraas vernam,
Deed zij de kastdeur open.
En welk een spook zag men toch wel?
Hé! kwispelstaartend kwam Fidel
Fluks uit de kast géloopen.
Keetje kreeg een kleur zoo rood als bloed. Zij schaam-
de zich over hare dwaasheid en zij durfde mij niet eens
! regt aanzien: want zij gevoelde wel, hoe verkeerd zij
! gehandeld had. Zij kreeg van hare moeder eene geduchte
j les, die haar, ik wil het hopen, van hare kwaal zal
genezen.
Keetje had vervolgens geen lust meer om te spelen,
en ik vertrok zoo als ik gekomen was, mei mijne muil-
tjes in den zak, zonder die aan Keetje te hebben laten
zien.
HET STRIJKIJZER.
rjTeeltje, een meisje van tien jaren, wilde gaarne
vroeg groot zijn. Haar grootste genoegen was om in
stilte datgene te doen, wat zij bare moeder dagelijks
in huis zag verrigten.
Zoodra Neeltje zich maar alleen te huis bevond,
speelde zij voor moeder. O, hoe vermaakte zij zich,
als zij vuur aanlegde, boterhammen maakte of borden
en schotels waschte, hoewel deze laatste schoon in de
kast stonden. En wat nog het aardigste was, kin-
dertjes P telkens nam zij onder het werken eensnui^e,
want dit deed hare moeder ook.
Op zekeren morgen was hare moeder naar de markt.