Boekgegevens
Titel: De winteravonden: een leesboek voor de lagere scholen
Auteur: Vegt, J. van der
Uitgave: Arnhem: J. Voltelen, 1876
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8805
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202129
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De winteravonden: een leesboek voor de lagere scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
78
durft zij niet eens alleen te huis hlijven; altijd moet e»*
iemand hij haar zijn.
De meid harer moeder is zeer bijgeloovig en hang, ja,
ik geloof, dat zij nog hanger is dan Keetje. Die malle
meid vertelt Keetje des avonds allerlei nare sprookjes:
dan van een man zonder hoofd, die over de straat wan-
delt en de kinderen mede neemt; dan weder van een
dier met vurige oogen in den kop en groote tanden in
den muil: en dergelijke gekheid meer. Daaraan slaat
Keetje geloof, en het gevolg daarvan is, dat zij op het
minste geritsel begint te schreeuwen of gaat loopen.
Dikwijls heb ik haar van hare dwaze vrees trachten
af te brengen; maar het helpt niet: zij gelooft de meid
liever, dan mij. Toen Keetje mij eenmaal een spook-
historietje verhaalde en ik haar om hare ligtgeloovigheid
en dwaze vrees uitlachte. en haar zeide dat het al te
maal gekheid was, voegde zij mij op een hitsen toon
toe: Zoude onze meid niet wijzer zijn,, dan gij? Zij
)> zelve heeft zoo vele wonderlijke dingen gezien en ge-
•^hoorddat^ xcare het u overkomen^ gij het zeker zoudt
bestorven hebben."^
»0, Keetje!" hernam ik: tilaat u toch niets vrijs
maken. Er zijn geen spoken; v^aarlijh niet: vraag
»het uwe moeder maar, wanneer gij mij niet gelooven
«ivilt."
Keetje werd op dit gezegde zeer verstoord. Zij verliet
mij pruttelende en het duurde ivel acht dagen, dat zij
mij niet eens tvilde toespreken.
Op zekeren namiddag ging ik naar Keetje^ om haar
mijne nieuwe^ groene muiltjes^ die ik van moeder op
mijnen verjaardag gekregen heb^ te laten zien. Ik ging
den tuin door en ontm.oette aldaar Keetjes moeder. die