Boekgegevens
Titel: De winteravonden: een leesboek voor de lagere scholen
Auteur: Vegt, J. van der
Uitgave: Arnhem: J. Voltelen, 1876
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8805
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202129
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De winteravonden: een leesboek voor de lagere scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
72
Albert. Ja, gij moest van zelf ons al lang iets me-
degegeven hebben; dan hadden wij het thans niet be-
hoeven te nemen.
Willem. Dat is nog al aardig van u geredeneerd.
Wanneer gij dus een hoed hebt en ik. niet, dan moet
ik u dien maar afnemen, en zeggen: het is billijk.
Albert. Niet den geheelen hoed; maar wel de helft
moogt gij nemen. Wij hebben u ook niet alles, maar
wel een gedeelte, ontnomen.
Willem. En wilt gij dat gestolene behouden?
Albert. Ja — en het verdedigen, zoolang wij kun-
nen. Onze leus is: Overwinnen of sterven.
Willem. En de onze: Wij strijden voor de regt-
vaardigheid.
Zoodra Willem en Johannes zich bij hunne makkers
bevonden, vraagde Betje: »Gaan zij al weg?"
»Neen, Betje!" was het antwoord: s het zal zoo
»gemakkelijk niet gaan. Maar laat ons elkander helpen.
»Eendragt maakt magt, en de regtvaardigheid is aan
»onze zijde." ,
Nu was het: »geeft acht! marsch!" rom , rom dom,
rom, rom dom.
Toen men den vijand op den afstand van een steen-
worp genaderd was, hield men halt. Een hagelbui
van sneeuwkogels werd daarop naar den vijand gezon-
den; doch hij bleef pal staan en verzette geen voet.
Albert, die zich achter een sneeuwkerel had ver-
schanst, verzuimde ook niet met gooijen. Hij wierp
echter zijne sneeuwballen maar in het wild weg, om-
dat hij vreesde, hen te raken.