Boekgegevens
Titel: De winteravonden: een leesboek voor de lagere scholen
Auteur: Vegt, J. van der
Uitgave: Arnhem: J. Voltelen, 1876
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8805
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202129
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De winteravonden: een leesboek voor de lagere scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
68
Johannes. Wees gij het maar, Willem! — Gijs-
bert wil wel tamboer zijn. Hij kan mijne.trom zoo-
lang krijgen.
Gijsbert. O, dat wil ik gaarne!
Willem.. Maar als ik kommandant ben , moet gij ook
doen, wat ik u zeg ?
De overigen. Dat spreekt als een boek.
Willem was alzoo bevelhebber van het leger. Hij
gaf bevel, dat elk zich met een aantal sneeuwballen
zoude voorzien, en dat men wapenen zou maken van
wilgen-twijg.
Fluks sprongen zij van hunne zitplaatsen op, gin-
gen naar buiten en begonnen sneeuwballen te maken.
Wat ging dat prettig in zijn werk! '
Betje klaagde echter spoedig, dat haar de vingers
begonnen te tintelen, en verzocht van dat werk ont-
slagen te mogen worden.
Willem. Ga gij dan maar zoolang schilderen, Betje!
en pas op, dat de vijand ons niet overrompele.
Betje. Dat durf ik alleen niet doen.
Willem. Laat Toontje dan mede gaan. — Johan-
nes! geef haar ,elk een wilgen-twijg tot geweer, en
zeg haar, wat zij doen moeten.
Nu werden Betje en Toontje eenige passen van de
sneeuwballen makers — ver durfden zij niet — door
Johannes op post gezet, terwijl zij de volgende order
kregen:
Stapt hier maar heen en weêr, en loert,
Weest niet bevreesd en — o volvoert