Boekgegevens
Titel: De winteravonden: een leesboek voor de lagere scholen
Auteur: Vegt, J. van der
Uitgave: Arnhem: J. Voltelen, 1876
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8805
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202129
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De winteravonden: een leesboek voor de lagere scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
7
Johannes. Niets? — Nu vergist gij u magtig,
vriendje! Wanneer wij het met elkander maar eens
zijn, dan zult gij zien, wat wij doen kunnen.
Willem. Regt zoo, Johannes! wij moeten gezamen-
lijk naar hen toe gaan en gebieden hen te vertrekken.
Willen zij niet, dän......
Johannes. Dän hen met geweld verdrijven.
Willem. Juist.
Betje. Laat ons meisjes maar hier blijven.
Johannes. Waarlijk niet, gij moet mede! Gij be-
hoeft echter niet vooraan; dat willen wij wel, niet
waar, Willem?
Willem. Dat spreekt van zelf.
Gijsbert. Ik wil ook wel vooruit, als gij maar digt
bij mij blijft.
.Tohannes. Ifa, zoo mag ik het hooren! —Laat ons
echter met voorzigtigheid te werk gaan, jongens! Wij
dienen ten minste iets te hebben, waarmede wij ons,
als het noodig is. kunnen verdedigen. Laat ons wa-
penen maken van wilgen-twijg, dat breekt ook niet
ligt.
Toontje. Ik wenschte, dat Albert er maar weêr
was, dan hadden wij nog een man meer, en hij durft
ook wel. ^
Betje, Toe, Johannes! zie eens, of hij haast komt.
Johannes. Dat behoef ik niet te doen. Befje! hij
doet oen gewigtige boodschap. Wij kunnen op hem
niet wachten.
Willem. O, wij zullen het buiten hem ook wel
redden!
.Tohannes. Wie zal kommandant zijn?
Willem. Dat is mij om het even.