Boekgegevens
Titel: De winteravonden: een leesboek voor de lagere scholen
Auteur: Vegt, J. van der
Uitgave: Arnhem: J. Voltelen, 1876
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8805
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202129
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De winteravonden: een leesboek voor de lagere scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
66
Eene stem. Houd op met uw schelden, of wij zul-
len het u betaald zetten.
Johannes. Denkt gij, dat wij bang voor u zijn?
Nii gooide Albert met een sneeuwbal. ■— Johannes
ging loopen , Willem hem achterna.
»Dat is Albert, die daar sprak," zeide Willem: »ik
»ken hem aan de stem. — Wat hebt gij nu uitgedacht,
»Johannes?" — Kortelijk vertelde Johannes aan AVil-
lem , wat zij gedaan hadden en wat hij in den zin had.
»Dat is mooi!" riep Willem: »nu zullen wij pret
»hebben !"
»Waar zijt gij heen geweest?" vraagde Betje aan
.Johannes en Willem, toen zij hijgende kwamen bin-
nen loopen.
»0, Betje! als gij nu eens wist, wat er gebeurd
is!" riepen Johannes en Willem te gelijk.
Betje. Komt, vertelt mij dat eens gaauw; gij maakt
mij waarlijk nieuwsgierig.
Willem. Daar staan wel vijf jongens, met stokken
gewapend, achter in den tuin.
Betje. En wat willen die?
Willem. Ja, Betje! wat willen die? Zij willen een
.<tiik gronds van den tuin hebben.
Betje. Nu, geef hun dat; zij zullen, als het hun
te koud wordt, wel weder vertrekken.
Johannes. Zoo denk ik er niet over, Betje!
Willem. Ik ook niet. Wat zegt gij, Gijsbert?
Gijsbert. Ja, Willem! wat zal ik u zeggen. Wij kun-
nen tegen die jongens toch niets uitrigten.