Boekgegevens
Titel: De winteravonden: een leesboek voor de lagere scholen
Auteur: Vegt, J. van der
Uitgave: Arnhem: J. Voltelen, 1876
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8805
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202129
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De winteravonden: een leesboek voor de lagere scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
KLEIN LOTJE EN HET VINKJE.
Lotje.
Ach, klein, lief vogeltjen! ik zie.
Gij trippelt heen en wéér,
En vindt, hoe gij ook zoeken moogt,
Geen enkel zaadje meer.
De sneeuw bedekt geheel den grond,
Hoe streng is niet de vorst!
Uw honger is gewis zeer groot.
Misschien hebt gij ook dorst.
En beeft gij ook niet van de kou?
Want zoo 'k mij niet vergis.
Loopt gij nog heden barrevoets.
Als oj het zomer is.
Kom, vogeltje! kom maar hij mij,
Ik zorg voor u in nood.
Ik trek u warme kousjes aan,
En voed u met wat brood.
Het Vink.ie.
Ik dank u wel, mijn lieve kind!
Hoe mooi uio aanbod schijn'.
Want God, die u verzorgt en voedt.
Wil ook mijn voeder zijn.
Zijn goedheid schonk me een donzenkleed,
Dat mij voor kou behoedt,
En mis ik nu al spijs en drank,
Toch ben ik tcelgemoed.