Boekgegevens
Titel: De winteravonden: een leesboek voor de lagere scholen
Auteur: Vegt, J. van der
Uitgave: Arnhem: J. Voltelen, 1876
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8805
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202129
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De winteravonden: een leesboek voor de lagere scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
Zoo doende zal Elsje hare slordigheid wel afleeren.
Bij toeval kwam Elsje bij het hondennest, en ziet —
daar lagen de kousen in. Hoe waren zij daarin ge-
komen ?
Elsje had, zoo als gij weet, de kousen op de ven-
sterbank gelegd. Daar waren zij afgevallen en de
jonge hond had ze naar zijn nest gesleept.
Toen Elsje de kousen bezag, schrikte zij zeer. Over-
al waren gaten in gebeten, zoodat de kousen geheel
onbruikbaar waren.
Dit verlies trof haar zeer, en tot eer van Elsje moet
ik zeggen, dat zij thans zoo ordelijk is, als zij vroe-
ger slordig was.
Daar ben ik regt blijde om. Gij ook niet, mijne
liefjes?
Als gij 's avonds slapen gaat,
Kindlief! leg uw' kleertjes net
Op een stoeltje naast uw bed.
Ais gij 's morgens dan opstaat,
Hebt ge uw kleertjes bij elkaar.
O! het zoeken is zoo naar.
Wat gij hebt gebruikt, mijn kind!
't Zij uw speelgoed of uw boek,
Werp het nimmer in een hoek.
Die de slordigheid bemint,
-Baart zich zeiven vaak verdriet;
Ware vreugde kent hij niet.