Boekgegevens
Titel: De winteravonden: een leesboek voor de lagere scholen
Auteur: Vegt, J. van der
Uitgave: Arnhem: J. Voltelen, 1876
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8805
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202129
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De winteravonden: een leesboek voor de lagere scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
34
Vrouw Honig. Mag ih dien prijs wel eens zien?
Albert. Ja weJ jufvrouw, zie, wij zijn bezig hem te
nuttigen.
Vrouw Honig begon hartelijh te lagchen, en hernam:
* Het doet mij genoegen, dat de kinderen, zoo goed heb-
»ben opgepast. Komt aan, ik zal u allen heden avond
«ee/is trakteeren. Volgt mij."
Zij kwamen in eene andere kamer, en, o vreugde!
een schotel vol met lekkere krentebroodjes stond op de ta-
fel. Teder mögt nu daarvan eten, zoo veel hem, lustte.
Ook kregen zij elk een kop kofßj en de kinderen deden
alzoo een heerlijken maaltijd.
Willem. JVeL jongens! hoe keurt gij die krentebrood-
jes ? smaken zij goed?
Johannes. Best, Willem! de bakker, die ze gebakken
heeft, heeft er eere van.
Willem. Op de gezondheid dan van den, bakker, die
zulke lékkere krentebroodjes kan bakken!
Allen namen daarop hunnen kop met koffxj en dronken
eens.
Albert. Ik moet ook zeggen, vrienden! dat de brood-
jes overheerlijk smaken, maar wie heeft ze geboterd?
Vrouw Honig. Dat heb ik gedaan, Albert!
Willem. Wel aan, mijne kinderen! ieder gelieve een
broodje in zijne hand te nemen, en met mij te zingen:
O, jufvrouvi! heerlijk smaakt het brood ,
Waarop gij ons vergast.
Die smaak wordt echter nog vergroot,
Wijl ge ons er meê verrast.
Wij zijn w dankbaar voor de vreugd,
Die gij ons heden schenkt.