Boekgegevens
Titel: De winteravonden: een leesboek voor de lagere scholen
Auteur: Vegt, J. van der
Uitgave: Arnhem: J. Voltelen, 1876
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8805
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202129
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De winteravonden: een leesboek voor de lagere scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
32
Wat raen eenmaal hem misdeed,
Kan op aard' geluliliig leven ,
Voelt geen smarte, kent geen leed,
En — wat meer is, lieve vrinden ! —
Ook de goede Hemelheer,
Zal behagen in u vinden ,
Zijne gunst daalt op u neêr.
DE SCHOOL.
Op zekeren avond dat het gezelschap bij Betje en
Gijsbert Honig was, sloeg Willem voor, om school te
houden. ^Ik zal," zeide hij, «meester zijn en u leeren."
tDat ia goed! dat is heerlijk!" riepen allen.
Leijen en boeken werden voor den dag gehaald, eene
kastdeur gonde voor bord dienen. Het was een lust om
te zien, hoe vlijtig men rekende, schreef en las. Nu en
dan zong men tot afwisseling een van buiten geleerd
versje. Het gedrag der leerlingen was voorbeeldig. Al-
len waren gehoorzaam, en alles wat zij meester Wülem
vraagden, geschiedde met zooveel beleefdheid, als of hij
werkelijk hun meester was. Toen de werkzaamheden wa-
ren af geloopen, zeide Wülem: iKomt, mijne kinderen!
»legt uwe leijen en hoeken vóór u. Ik zal u twee raad-
»seltjes opgeven: die ze raadt, krijgt een prijs. Luistert
"dus aandachtig.
5 Het eerste is:
tik weet een woord van twee lettergrepen. De eerste
»lettergreep is een gedeelte van ons ligchaam. Onwillige
1) en ondeugende jongens worden er wel eens aan getrokken.