Boekgegevens
Titel: De winteravonden: een leesboek voor de lagere scholen
Auteur: Vegt, J. van der
Uitgave: Arnhem: J. Voltelen, 1876
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8805
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202129
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De winteravonden: een leesboek voor de lagere scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
21
.Reetje naar 3(nna'é moeber, om bie te bragen of 5(nna
mebe mogt.
3n een oogenblif Iraé alleé in ocbe, en be« mibbagé
fïapte men innig ber^eugb naar &et lucibelanb.
95L>at }a( bie arme 5(nna 6li|bc jijn gelueeét! Sn ^oe
lief luaé let ban 53ïarta en beetje ge^anbefb, ?uet toaar,
f inbectjeé ?
Treurig en bitter bekreten zat de kleine Koos op
eene zodenbank in den tuin. Zijn hondje Fidel zat
vóór hem, kwispelstaartte en likte hem de handen,
even als of hij Koos wilde troosten en uitlokken tot
spelen; doch Koos was geheel onverschillig voor de
liefde, die Fidel hem bewees. Ook de duiven, die
rondom Koos heen vlogen, en waarin hij anders zijn
grootste vermaak had, wilde hij niet zien, want op
het gezigt dier lieve diertjes biggelden hem op nieuw
de tranen langs de wangen.
Langer dan een uur had Koos aldaar gezeten, toen
zijn speelmakker Piet bij hem kwam. Deze zag met
leedwezen het bekreten gelaat van zijnen vriend, en
het volgende gesprek had plaats:
Piet.
Lieve Koos! wat deert u toch?
Heden morgen zongt gij nog,
Nu zie ik u weenen.