Boekgegevens
Titel: De winteravonden: een leesboek voor de lagere scholen
Auteur: Vegt, J. van der
Uitgave: Arnhem: J. Voltelen, 1876
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8805
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202129
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De winteravonden: een leesboek voor de lagere scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
Ifi
het dan aan haar broertje en zusje te geven, ingeval er
niets voorhanden was; zij gevoelde, hoe het hare moedei'
griefde, als zij de kleinen moest wegzenden met de woor-
den : »ik heb niets."
O, mijne liefjes! gij moest eens gezien hebben, m,et
hoeveel liefde Kaatje hare moeder behandelde, met hoeved
ijver zij alle werkzaamheden, die zij verrigten kmide,
verrigtte! — Als Kaatje zag, dat hare moeder iets deed,
hetwelk haar moeijelijk viel, dan riep zij aanstonds:
» Wacht, lieve moeder! ga gij maar zitten; ik zal zien,
"of ik het doen kan!"
Kaatje! wat zijt gij een lief kind! Ik heb n harte-
lijk Hef! Ik beloof, u te zullen navolgen.
Op zekeren avond heam eene hiurvrovw Kaatje's moeder
fuinspreken. Zij bragt een mandje met aardappelen en
vom- elk kind eene boterham mede. De hvwrvrouw zag,
hoe gretig de heide kleinsten, die boterham aannamen en
opaten. Zij begreep daaruit, dat de kindertjes honger
leden en daarom, zeide zij tegen Kaatje's moeder: »Lieve
m buurvrouw ! waarom, vervoegt gij u niet bij het armbestuur
»en, verzoekt om. wekelijksche ondersteuning ?"
»Ach !" antvioordde Kaatje 's moeder: »hoe groot ik het
»ook van noode heb, doe ik dit niet gaarne. Toen mijn
»brave man nog leefde, konde ik ieder het zijne geven
ten behoefde niemand lastig te vallen; wij konden ons
tmet het onze redden. Gij gevoelt dus, hoe hard het mij
»zoude vallen, ondersteuning van een armbestuur te verzoe-
iken. Ach, gave de goede God, dat ik xveder gezond
»ware, dan zoude zich. alles we! schikken. Tk konde
»dan, met voor anderen te werken, wel brood voor mijne