Boekgegevens
Titel: De winteravonden: een leesboek voor de lagere scholen
Auteur: Vegt, J. van der
Uitgave: Arnhem: J. Voltelen, 1876
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8805
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202129
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De winteravonden: een leesboek voor de lagere scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
12
Düch wij willen nimmer klagen ,
Steeds gelaten zijn in 't lot;
Want daar boven in den hemel
Woont een liefdrijk, weldoend God.
Hij zal nimmer ons verlaten.
Hij, die gaarne hulpe biedt,
Hij heeft eens tot ons gesproken :
»Ik vergeet het weesje niet."
»Neen, zeker vergeet God het weesje niet!" sprak
een bejaard heer, die op het hooren van het gezang
de knaapjes zachtkens genaderd was. »Komt, mijne
»kinderen, gaat met mij, ik wil verder met u spre-
»ken."
Willem en Adolf volgden den heer. Onderweg vraagde
de heer hun. wie hunne ouders geweest waren , bij
wien zij thans woonden en hoe zij het daar hadden.
Willem vertelde nu, hoé goed zijne ouders altijd voor
hem geweest waren, en hoeveel genoegen zij hadden ,
toen die nog leefden, »maar helaas, mijnheer!" sprak
hij: »wij hebben dat geluk en genoegen vroeg en
»spoedig moeten missen. Mijn broeder was zeven ja-
»ren, mijne beide zusjes* waren nog jonger en ik was
»tien jaren, toen mijne lieve ouders binnen een half
«jaar tijds ten grave daalden. O, mijnheer! wat wij
»in hen missen, kan ik u onmogelijk zeggen."
Willem en Adolf begonnen luid te weenen; ook de
heer veegde zijne tranen af, — Na eene poos vervolgde
Willem: »Wij wonen thans bij den landman K...
»Wij hebben het er wel goed, maar zijne oudste zo-
«nen mogen ons niet lijden: hoe het komt, weet ik
»niet." — 5 Ja, mijnheer !" zeide Adolf: » wij doen hun