Boekgegevens
Titel: Toetsnaald I voor adspirant-onderwijzers en onderwijzeressen: Verzameling der schriftelijke werkzaamheden van LXXIII acte-examens voor onderwijzer van 1894-1899
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: 's-Gravenhage: Haagsche Boekhandel- en Uitgevers-maatschappij, 1899
2e verm. uitg
Opmerking: Bevat ook: Eerste vervolg 1898-1899
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8764
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202120
Onderwerp: Onderwijs: onderwijs, beroepsuitoefening en organisaties van het onderwijs
Trefwoord: Onderwijsbevoegdheid, Examenopgaven
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Toetsnaald I voor adspirant-onderwijzers en onderwijzeressen: Verzameling der schriftelijke werkzaamheden van LXXIII acte-examens voor onderwijzer van 1894-1899
Vorige scan Volgende scanScanned page
93
152. Twee kapitalen verschillen f 4000. Het grootste is
uitgezet ä 472 en het kleinste k 47/, pet. 'sjaars, terwijl de
totale rente per jaar '^-^asoo van de som der kapitalen. Hoe
groot zijn de uitgezette sommen?
153. Men vermeerdert den teller eener breuk met 3 en
deelt den noemer door 3.' Daardoor verkrijgt men een breuk,
die 47^ maal zoo groot is als de oorspronkelijke.
Diezelfde uitkomst zou men verkregen hebben, als men
bij teller en noemer 38 had geteld. Welke is de oorspronke-
lijke breuk ?
154. Als iemand bij inkoop 4 pet. korting krijgt, verliest
hij bij den verkoop 12'/u pet. Hoeveel zou hij verloren heb-
ben, als hij bij den inkoop geen korting genoten had?
155.

21
32
4i4
+ 0^097$ X
0.41(; : 00083 — 2' X 5» : 1000
XXXII. Ziiid.llollanrt.
156. Hoe zoudt ge uit het hoofd berekenen de winst, die
een goudsmid behaalt door den verkoop van 4.96 HG. goud
door hem gekocht tegen f 1750 de KG. en verkocht met 3-7j
pet. winst?
157. Iemand leent f 6300, waarvan hij een gedeelte met de
rente £l 4 pet. 'sjaars over 4 mnd. en de rest met de rente
tl 4'li pet. 'sjaars over 7 maanden zal afdoen. De geheele schuld
kan hij ook zonder voordeel of schade afdoen over 57^ maand.
Hoe groot is elk deel?
158. Een winkelier verkoopt van eene partij rijst van 3000
KG. een gedeelte met 20 pet. winst en 'de rest voor 20 ct. de
KG. Nu bedraagt de geheele winst slechts 4 pet. Als de geheele
ontvangst f 780 bedraagt, hoe groot was dan het eerste gedeelte?
159. Deelt men den teller eener breuk door 272, en verme-
nigvuldigt men den noemer met 731 dan wordt hare waarde
®/i2. Vermindert men teller en noemer beide met 24, dan be-
houdt zij slechts van hare oorspronkelijke waarde. Welke
is die breuk?