Boekgegevens
Titel: Toetsnaald I voor adspirant-onderwijzers en onderwijzeressen: Verzameling der schriftelijke werkzaamheden van LXXIII acte-examens voor onderwijzer van 1894-1899
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: 's-Gravenhage: Haagsche Boekhandel- en Uitgevers-maatschappij, 1899
2e verm. uitg
Opmerking: Bevat ook: Eerste vervolg 1898-1899
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8764
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202120
Onderwerp: Onderwijs: onderwijs, beroepsuitoefening en organisaties van het onderwijs
Trefwoord: Onderwijsbevoegdheid, Examenopgaven
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Toetsnaald I voor adspirant-onderwijzers en onderwijzeressen: Verzameling der schriftelijke werkzaamheden van LXXIII acte-examens voor onderwijzer van 1894-1899
Vorige scan Volgende scanScanned page
1896.
XXX. Xoord-Ilollaiul.
146. Als men achter een getal van vier cijfers een cijfer
plaatst gelijk aan dat der duizendtallen en bij dat getal van
vijf cijfers het oorspronkelijke getal telt, krijgt men 75081.
Bepaal door redeneering het oorspronkelijke getal.
147. De som van elke breuk en haar omgekeerde is meer
dan twee. Hoe beredeneert gij dat?
148. A en B kunnen een werk afmaken in 5®/,, dag. Wer-
ken A en B samen eerst 3 dagen, dan verricht C de rest in
67.4 dag. Als A eerst S'/i dag werkt, moeten B en C over de
rest nog 3 dagen doen. In hoeveel dagen doet ieder het werk
alleen ?
149. Iemand heeft twee kapitalen, samen groot f 24000,
waarvan het eerste tegen 3 en het tweede tegen 3Va pct.
'sjaars uitstaat. Had hij het eerste h. 3'/2 en het tweede ä
374 pct. 'sjaars uitgezet, dan zou hij in een jaar f 45 interest
meer ontvangen. Hoe groot is elk kapitaal ?
150. In een punt P, gelegen op een cirkelomtrek, bevin-
den zich twee lichamen A en B. Zoo deze lichamen zich langs
den omtrek in tegengestelde richting bewegen, dan ontmoeten
zij elkaar na 10 minuten. Bewegen zij zich echter, weder te
gelijk uit P vertrekkende, in dezelfde richting, dan zal het
lichaam A, dat zich het snelst beweegt, het lichaam B na
60 min. hebben ingehaald. Bepaal de snelheid van elk lichaam,
zoo de omtrek van den cirkel 240 M. is.
XXXI. C^elflciland.
151. De G. G. D. van twee getallen is 11. Deelt men de
som dier getallen en ook hun verschil door den G. G. D.,
dan is het eene quotiënt maal op het andere begrepen.
Welke zijn die getallen ?