Boekgegevens
Titel: Toetsnaald I voor adspirant-onderwijzers en onderwijzeressen: Verzameling der schriftelijke werkzaamheden van LXXIII acte-examens voor onderwijzer van 1894-1899
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: 's-Gravenhage: Haagsche Boekhandel- en Uitgevers-maatschappij, 1899
2e verm. uitg
Opmerking: Bevat ook: Eerste vervolg 1898-1899
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8764
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202120
Onderwerp: Onderwijs: onderwijs, beroepsuitoefening en organisaties van het onderwijs
Trefwoord: Onderwijsbevoegdheid, Examenopgaven
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Toetsnaald I voor adspirant-onderwijzers en onderwijzeressen: Verzameling der schriftelijke werkzaamheden van LXXIII acte-examens voor onderwijzer van 1894-1899
Vorige scan Volgende scanScanned page
86
107. Een getal van 5 cijfers heeft op de plaats der tien-
duizendtallen eene 8. Verplaatst men dit cijfer van links naar
rechts, dan heeft men een getal, dat 11385 kleiner is dan het
eerste. Welk is het eerstbedoelde getal?
108. Van eene breuk is de teller 3 kleiner dan de noemer.
Voegt men 35 bij bij den teller en vermenigvuldigt men den
noemer met 2, dan wordt de waarde der breuk 4 maal zoo
groot. Welke breuk is dat?
109. A en B vertrekken beiden des morgens om 6 uur uit P
en (i elkaar tegemoet en ontmoeten elkaar des middags van
denzelfden dag om 12 uur. Om 5 uur in den namiddag komt
A te (i aan; hoe laat zal B te P aankomen?
110. Bereken de waarde van den volgenden vorm:
(4W„ - 1.2i/7 X "/247) : ( n X
XXIII. rtrccht. (Vji uur.)
111. Van welke meetkundige evenredigheid is het quotiënt
der beide voorgaande termen l^/j, de som der drie eerste ter-
men 117 en de vierde term 35?
112. Een slijpsteen met een straal van 17,5 cM. is 42 cM.
dik. In het mie
den is er een vierkant gat door van 25 mM.
lang. Hoe zwaar is die steen, als 't sp. gew. 3,6 is?
113. Eene partij koopwaren is ingekocht voor f 6000. Een
gedeelte verkoopt men met 8 pct. verlies, een ander gedeelte
met 15 pct. winst en de rest met 531/3 pct. winst. Als men
voor elk gedeelte evenveel ontvangt, hoeveel is dan de winst?
114. Als men van twee samengestelde getallen, waarvan
de geheele getallen 5 en 6 zijn, de bijgevoegde breuken, die
tot elkaar staan als 5 : 8, verwisselt, geeft dit in het product
der samengestelde getallen een verschil van ®/2o- Welke zijn
de samengestelde getallen?