Boekgegevens
Titel: Toetsnaald I voor adspirant-onderwijzers en onderwijzeressen: Verzameling der schriftelijke werkzaamheden van LXXIII acte-examens voor onderwijzer van 1894-1899
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: 's-Gravenhage: Haagsche Boekhandel- en Uitgevers-maatschappij, 1899
2e verm. uitg
Opmerking: Bevat ook: Eerste vervolg 1898-1899
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8764
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202120
Onderwerp: Onderwijs: onderwijs, beroepsuitoefening en organisaties van het onderwijs
Trefwoord: Onderwijsbevoegdheid, Examenopgaven
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Toetsnaald I voor adspirant-onderwijzers en onderwijzeressen: Verzameling der schriftelijke werkzaamheden van LXXIII acte-examens voor onderwijzer van 1894-1899
Vorige scan Volgende scanScanned page
1894. (October.)
VIII. UIreclit. (IVi uur.)
36. Van 2 breuken is de teller der Ie in den teller der 2e
breuk l' , maal begrepen, en de noemer der 2e breuk l'/s
maal in dien der Ie. Het product der breuken is '^/j;. Welke
zijn die breuken?
87. Van eene evenredigheid is de 2e term 7'/2 de 4e
9. Als het product der voorgaande termen 187.5 is, welke is dan
de evenredigheid?
38. üe som van 2 kapitalen is f 14750. Het'aantal tien-
guldenstukken, dat het eene a 4 pet. opbrengt, bedraagt 128
minder dan 't aantal rijksdaalders, dat het andere a 41/2 pct.
opbrengt. Hoe groot is elk kapitaal?
39. A en B reizen van Q naar E. A vertrekt 1 uur vóór
B met eene snelheid van 4'/2 KM. per uur, terwijl B. 5'2 KM.
per uur aflegt. Toen de laatste A 2 KM. vooruit was, begon
A met eene snelheid van 6 en B met eene snelheid van 5 KM.
per uur voort te gaan. Als A ';4 uur vóór B te R komt, hoe-
veel KM. was dan de weg lang?
40. Van 3 rechthoekige akkers ligt de Ie 6 cM. hooger dan
de 2e en deze 4 dM. hooger dan de 3e. De Ie is 360 A. groot,
de 2e 48 DA. en de 3e is l'/2 maal zoolang en P/j maal zoo
breed als de 2e. Hoeveel S. grond moet van de beide hoogste
akkers afgenomen en op den 3en gebracht worden, om ze alle
even hoog te maken?
IX. Overijsel. (l'.'j uur.)
41. In eene fabriek gebruikte men in de maand April 50
HL. steenkolen minder dan in de maand ISIei. Toch besteedde
men er in beide maanden evenveel geld voor, doordat in Mei
de prijs der steenkolen 9'/ii pct. lager was dan in April. Hoe-
veel HL. steenkolen werd in April verbruikt?