Boekgegevens
Titel: Toetsnaald I voor adspirant-onderwijzers en onderwijzeressen: Verzameling der schriftelijke werkzaamheden van LXXIII acte-examens voor onderwijzer van 1894-1899
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: 's-Gravenhage: Haagsche Boekhandel- en Uitgevers-maatschappij, 1899
2e verm. uitg
Opmerking: Bevat ook: Eerste vervolg 1898-1899
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8764
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202120
Onderwerp: Onderwijs: onderwijs, beroepsuitoefening en organisaties van het onderwijs
Trefwoord: Onderwijsbevoegdheid, Examenopgaven
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Toetsnaald I voor adspirant-onderwijzers en onderwijzeressen: Verzameling der schriftelijke werkzaamheden van LXXIII acte-examens voor onderwijzer van 1894-1899
Vorige scan Volgende scanScanned page
74
25. Een rechthoek lang 14 cM. en breed 7 cM. wentelt
om een korte zijde. Men vraagt de oppervlakte en den inhoud
van het lichaam, dat daardoor ontstaat, n =
VI. Limburg.
2(3. Een vat, welks inhoud 37 liter en 23 centiliter bedraagt,
is geheel gevuld met kwikzilver en water, en bevat van beide
stoffen evenveel aan gewicht. Als dit vat in het geheel 77.06 KG.
weegt, en 't soortelijk gewicht van kwikzilver 13.6 bedraagt,
hoe zwaar is dan het ledige vat?
27. Iemand ontving voor den meter van zekere stof twee-
maal zooveel boven de f 5, als de inkoopsprijs van een meter
er beneden was, en won zoodoende I2V2 pet. of f 30.60. Hoe-
veel meter heeft hij verkocht?
28. De som van teller en noemer eener breuk is 87. Ver-
mindert men teller en noemer beide met ^/j van den noemer,
dan wordt de waarde der breuk door 1.44 gedeeld. Welke is
die breuk?
29. 's Morgens om 8 uur ging P van A naar B en legde
4 KM. per uur af. Later ging Q, die 5 KM. per uur aflegt,
langs denzelfden weg van B naar A. Op het oogenblik, dat
P en Q elkander voorbij gingen, had P ^/g., van den geheelen
meer afgelegd dan Q, en 50 minuten later was P l'/s maal
zoover van A verwijderd, als Q van B.
Hoe laat was Q vertrokken?
30. Een rechthoekig stuk land is lang 10 roede, 8 voet en
11 duim en breed 5 roede, 7 voet en 10 duim, Rijnlandsche
maat. Zoek met behulp van het twaalftallig stelsel hoeveel
□ roede, □ voet en □ duim dat stuk land groot is, en voeg
de bewerking bij de oplossing. De uitkomst opschrijven in het
tientallig selsel. (1 roede = 12 voet, 1 voet = 12 duim.)
VII. Drente.
31. Deelt men de som van 3 getallen door het kleinste,
dan bekomt men S^/g; deelt men die som door het middelste,
dan verkrijgt men 3'/ii. Druk de verhouding dezer 3 getallen
in de kleinste geheele getallen uit.