Boekgegevens
Titel: Toetsnaald I voor adspirant-onderwijzers en onderwijzeressen: Verzameling der schriftelijke werkzaamheden van LXXIII acte-examens voor onderwijzer van 1894-1899
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: 's-Gravenhage: Haagsche Boekhandel- en Uitgevers-maatschappij, 1899
2e verm. uitg
Opmerking: Bevat ook: Eerste vervolg 1898-1899
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8764
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202120
Onderwerp: Onderwijs: onderwijs, beroepsuitoefening en organisaties van het onderwijs
Trefwoord: Onderwijsbevoegdheid, Examenopgaven
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Toetsnaald I voor adspirant-onderwijzers en onderwijzeressen: Verzameling der schriftelijke werkzaamheden van LXXIII acte-examens voor onderwijzer van 1894-1899
Vorige scan Volgende scanScanned page
68
Opstel, (l-^ uur).
{De buigingsuitgangen moeten voluit worden geschreven.)
Vertel in eenvoudigen vorm, wat ge bij de eene of andere
gelegenheid zelf hebt beleefd of waargenomen. Kies daartoe
uit de volgende onderwerpen:
Op de kermis.
Op de markt.
Een winterdag.
In de wachtkamer van het station.
Mijn eerste horloge.
Mijn laatste pop.
Opvoedkunde (1 uur.)
Naar keuze:
1. Straffen kunnen verbeteren, maar ook verbitteren.
2. De leergang zij geleidelijk.
3. Een onderwijzer, die gedurig klaagt over wanorde in zijne
klasse, beschuldigt zich zeiven.
Aardrijkskunde (1 uur.)
Vul de volgende gedachten aan (waar keuze gelaten wordt,
een van beide woorden te nemen) :
1. Uiterwaarden zijn........; men noemt ze ook
|™^'^dijksch land, omdat.....; ze liggen meestal dan
het aangrenzende polderland, doordat.....
2. De R ij n zou uit Zwitserland meer vaste stoffen naar
ons land voeren, indien.....; immers.....
3. De Hoogeveensche vaart is gegraven om.....
(omschrijf eveneens beknopt het doel, waarmede de Zuid-
Willemsvaart, het Eemskanaal en het Keizers-
k anaal — in Spanje — gegraven zijn).
4. Voor het vastland van Noord- en Zuid-Holland zijn de
duinen zeer belangrijk, doordat... .; op .... plaatsen zijn
er niettemin openingen dwars doorheen gemaakt, ten einde ...
n.1. bij.....; schepen kunnen er alleen door bij ....