Boekgegevens
Titel: Toetsnaald I voor adspirant-onderwijzers en onderwijzeressen: Verzameling der schriftelijke werkzaamheden van LXXIII acte-examens voor onderwijzer van 1894-1899
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: 's-Gravenhage: Haagsche Boekhandel- en Uitgevers-maatschappij, 1899
2e verm. uitg
Opmerking: Bevat ook: Eerste vervolg 1898-1899
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8764
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202120
Onderwerp: Onderwijs: onderwijs, beroepsuitoefening en organisaties van het onderwijs
Trefwoord: Onderwijsbevoegdheid, Examenopgaven
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Toetsnaald I voor adspirant-onderwijzers en onderwijzeressen: Verzameling der schriftelijke werkzaamheden van LXXIII acte-examens voor onderwijzer van 1894-1899
Vorige scan Volgende scanScanned page
63
'tis eigen aan den mensch, zijn naaste te berispen.
En met gestrengen zin diens handelwijs te gispen ;
Geen, 't zij de pij hem kleedt of dat hem 't purper dekt,
Die, wat hij werken moog', zich aan de blaam onttrekt.
Gebruik de volgende figuurlijke uitdrukkingen in flinke
zinnen en verklaar een van beide:
Op eigen beenen staan.
Een spaak in het wiel steken.
Opvoedkunde (1 uur.)
Kies een der volgende opgaven ter bewerking :
1. Welke waarde kent gij toe aan het hoofdrekenen ?
Geef duidelijk met voorbeelden het verschil aan tusschen
dit en het schrijfrekenen.
2. Schets den leergang, dien gij te volgen hebt bij een
aanschouwelijke, geleidelijke behandeling van de vermenig-
vuldiging van breuken.
A a r d r ij k fe k u n d e. (1 uur.)
1. Beschrijf het vaste land van Noord-Ilolland ten noorden
van het Noordzeekanaal (gesteldheid van den grond, middelen
van bestaan, water- en spoorwegen, voorname plaatsen); of
Vergelijk het noorden van Limburg met het zuiden dier
provincie.
2. Geef de reden, waarom op Sumatra de havens vooral
aan de steile, op .Tava vooral aan de lage kust zijn. Noem
de havens, die gij aan de kusten van Sumatra en Java kent; of
Noem de hindernissen voor het verkeer, die in den Donau
bestaan en geef de steden t)p, die gij aan dezen stroom kent,
met vermelding der staten, waarin die steden liggen.
XI.VII. Friesland.
Nederlandsche taal.
De hoop.
Wiens ondank zou, in wreev'len spot,
U, zegenrijkste gift van God !
Bedrieglijk durven noemen,
U, die in ieder jaargetij
Ons levenspad bestrooit met bloemen,
Hoe vol van doornen 't zij ?