Boekgegevens
Titel: Toetsnaald I voor adspirant-onderwijzers en onderwijzeressen: Verzameling der schriftelijke werkzaamheden van LXXIII acte-examens voor onderwijzer van 1894-1899
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: 's-Gravenhage: Haagsche Boekhandel- en Uitgevers-maatschappij, 1899
2e verm. uitg
Opmerking: Bevat ook: Eerste vervolg 1898-1899
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8764
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202120
Onderwerp: Onderwijs: onderwijs, beroepsuitoefening en organisaties van het onderwijs
Trefwoord: Onderwijsbevoegdheid, Examenopgaven
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Toetsnaald I voor adspirant-onderwijzers en onderwijzeressen: Verzameling der schriftelijke werkzaamheden van LXXIII acte-examens voor onderwijzer van 1894-1899
Vorige scan Volgende scanScanned page
62
III. Verklaar van ééne der volgende uitdrukkingen de fi-
guurlijke beteekenis uit de letterlijke en gebruik die uitdruk-
king daarna in een' zin:
a. Zich aan een stroohalm vasthouden. 6. Den bal misslaan.
c. Iets in een valsch licht plaatsen.
IV. Gebruik een tweetal der onderstaande woorden in flinke
zinnen, zóó, dat de beteekenis goed uitkomt, en omschrijf
daarna het verschil in beteekenis dier woorden:
a. Overreden—overtuigen, h. Vernederen—verlagen, c. Achter-
laten—nalaten.
Onderwijs en opvoeding. (1 uur.)
Maak een opstel over één der volgende onderwerpen:
I. Geef een beknopte verklaring van eene of andere leer-
wijze voor het aanvankelijk leesonderwijs.
II. Toon door voorbeelden aan, dat het zoogenaamd rekenen
uit het hoofd niet is gebruikmaken van kunstmiddeltjes, maar
wel de toepassing van eigenschappen der rekenkunde.
III. Wat is uwe meening omtrent de waarde van liefde, eer-
gevoel en vrees als middelen om orde en tucht te handhaven ?
A a r d r ij k s k u n d e. (1 uur.)
Een opstel over één der drie volgende onderwerpen:
I. De provincie Limburg.
II. Het Oostelijk bekken der Middellandsche zee^
HL Onze Westindische bezittingen. (Ligging, grond, voort-
brengselen, bevolking, bestuur.)
XLiVI. I^iimltiirg.
Nederlandsche taal. (2 uur.)
Opstel ter keuze:
De iefde tot zijn land is ieder aangeboren.
Al doende leert men.
Naar Amerika.
Geef van het volgende vers a. de zinsontleding; h. de taal-
kundige ontleding der cursief gedrukte woorden; c. den inhoud
met eigen woorden: