Boekgegevens
Titel: Toetsnaald I voor adspirant-onderwijzers en onderwijzeressen: Verzameling der schriftelijke werkzaamheden van LXXIII acte-examens voor onderwijzer van 1894-1899
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: 's-Gravenhage: Haagsche Boekhandel- en Uitgevers-maatschappij, 1899
2e verm. uitg
Opmerking: Bevat ook: Eerste vervolg 1898-1899
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8764
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202120
Onderwerp: Onderwijs: onderwijs, beroepsuitoefening en organisaties van het onderwijs
Trefwoord: Onderwijsbevoegdheid, Examenopgaven
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Toetsnaald I voor adspirant-onderwijzers en onderwijzeressen: Verzameling der schriftelijke werkzaamheden van LXXIII acte-examens voor onderwijzer van 1894-1899
Vorige scan Volgende scanScanned page
57
2. Met zenuwachtige haast scheurde ik de enveloppe open,
nieuwsgierig om te weten te komen, of dit nu de uitnoodiging
zou zijn, waarop ik gevlast had, om namelijk met hem een
tochtje te doen naar de een of andere schilderachtige streek.
En ja! hij meldde mij, dat hij, na eenige aan ingespannen
studie bestede weken, nu behoefte had om — zooals hij zich
poëtisch uitdrukt — zijnen afgepijnden hersenen eenigen tijd
rust te gunnen, om zich aan den dagelijkschen slentergang
te ontrukken, om zich in de vrije natuur op het weeke mos
neer te vlijen, daar te liggen mijmeren en daarna met gebronsd
gelaat naar zijne huisgoden terug te keeren.
3. Na nog meer dergelijke uitweidingen, noodt hij mij ten
slotte, op zijne zwerftochten zijn metgezel te willen zijn. In
een postcriptum meldt hij nog, dat een van de onlangs verlote
prijzen op zijn lot is gevallen; en wel een prachtige ovale
spiegel met vergulde lijst. Ik zal hem telegraphisch bericht
zenden, dat ik met ontzaglijk veel pleizier zijn reisgenoot wil
zijn en ter zelfder tijd een woordje inlasschen om hem met
zijn buitenkansje te feliciteeren.
Paedagogie. (1 uur.)
Ter keuze:
1. Bij het onderwijs moet het volgende op het voorgaande
gegrond zijn. Toon door voorbeelden, ontleend aan de metho-
diek van het rekenonderwijs, aan, dat gij deze stelling begrijpt.
2. Op welke wijzen kan de beteekenis van woorden en
uitdrukkingen uit de leesles den leerlingen duidelijk worden
gemaakt? Licht uw antwoord met voorbeelden toe.
3. Aan welke eischen moet eene goede schrijfmethode
voldoen? Algemeene beweringen met voorbeelden te staven.
Aardr ij kskunde. uur.)
Ter keuze:
1. Onze veenkoloniën.
2. Celebes.
3. Een kustreis van Galais tot Gibraltar.