Boekgegevens
Titel: Toetsnaald I voor adspirant-onderwijzers en onderwijzeressen: Verzameling der schriftelijke werkzaamheden van LXXIII acte-examens voor onderwijzer van 1894-1899
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: 's-Gravenhage: Haagsche Boekhandel- en Uitgevers-maatschappij, 1899
2e verm. uitg
Opmerking: Bevat ook: Eerste vervolg 1898-1899
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8764
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202120
Onderwerp: Onderwijs: onderwijs, beroepsuitoefening en organisaties van het onderwijs
Trefwoord: Onderwijsbevoegdheid, Examenopgaven
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Toetsnaald I voor adspirant-onderwijzers en onderwijzeressen: Verzameling der schriftelijke werkzaamheden van LXXIII acte-examens voor onderwijzer van 1894-1899
Vorige scan Volgende scanScanned page
53
2. Eene beschrijving van de Noordkust van Java, met de
vermelding van de voornaamste plaatsen en de verkeerwegen
naar het binnenland en de Zuidkust des eilands.
3. De rivieren van Frankrijk en haar voornaamste kanaal-
verbindingen.
Opvoedkunde (1 '/4 uur.)
1. In een leesles ontmoeten de leerlingen het woord doel-
matig. Hoe maakt gij hun de beteekenis van dit woord door
voorbeelden duidelijk?
2. Geef een of meer verhalen tot illustratie van het spreek-
woord: „De kruik gaat zoo lang te loater, tot zij breekt.
3. Hoe onderwijst gij het gelijknamig maken van breuken,
zonder gebruik te maken van het K. G. V. ?
4. Bij al wat onderwezen wordt, moet gebruik gemaakt
worden van voorstellingen, die bij de leerlingen bekend zijn.
Toon door voorbeelden aan, dat gij die uitspraak begrijpt.
XLi. lircntc.
Nederlandsche taal.
1. Geef den inhoud van onderstaande regels in eigen woor-
den weer:
Het verleden.
De toekomst moge 'twijd verschiet
Versieren met haar loovren,
En menigmaal ons smachtend hart
Door 't vleiendst beeld betoovren;
Te dikwerf gaat ons, met haar vlucht.
Dit inzicht weer verloren,
Of voelen we aan haar schoone roos
Den scherp gepunten doren.
Maar gij, steeds dierbaar in ons hart,
Gij, jaren van 't verleden,
Gij mengt zoo menig zoet genot
In 't bitter van het heden.
2. Wijs in het volgend versje het zinsverband aan en be-
noem taalkundig de gecursiveerde woorden.