Boekgegevens
Titel: Toetsnaald I voor adspirant-onderwijzers en onderwijzeressen: Verzameling der schriftelijke werkzaamheden van LXXIII acte-examens voor onderwijzer van 1894-1899
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: 's-Gravenhage: Haagsche Boekhandel- en Uitgevers-maatschappij, 1899
2e verm. uitg
Opmerking: Bevat ook: Eerste vervolg 1898-1899
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8764
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202120
Onderwerp: Onderwijs: onderwijs, beroepsuitoefening en organisaties van het onderwijs
Trefwoord: Onderwijsbevoegdheid, Examenopgaven
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Toetsnaald I voor adspirant-onderwijzers en onderwijzeressen: Verzameling der schriftelijke werkzaamheden van LXXIII acte-examens voor onderwijzer van 1894-1899
Vorige scan Volgende scanScanned page
51
A a r d r ij k s k u n d e. (1 uur.)
Ter keuze één der volgende twee stellen:
1. Beschrijf Gelderland ten Oosten van den Rijn en den
Gelderschen IJsel. (Denk daarbij om de gesteldheid van den
grond, om de middelen van bestaan, de wateren en de belang-
rijke plaatsen.)
Geef de voorname handelsproducten op van onze Oost en
voeg er bij, op welke eilanden die producten gevonden worden.
1. De Zuiderzee ten zuiden eener lijn van Medemblik naar
Stavoren. (Kust, onderdeelen, bodem, eilanden, beteekenis.)
2. Beschrijf Sumatra natuurkundig; klimaat en voort-
brengselen niet vergeten.
Onderwijs en opvoeding. (1 uur.)
Ter keuze;
0. Welk is het doel en het nut van het rekenen uit het
hoofd ? Schets in hoofdtrekken eene les in het rekenen uit het
hoofd voor leerlingen van 't vierde leerjaar.
b. Door welke oefeningen zoudt ge in het eerste en tweede
leerjaar het zuiver schrijven der moedertaal trachten te be-
vorderen ?
XXXIX. IVoord-Bi-abant.
Nederlandsche taal. (2 uur.)
1. Schrijf de volgende verzen op en geef daarna de gedachte
des dichters in eenvoudig proza weer.
Gebed van den nacht.
De avondhemel drinkt der zonne
Leste stralen, mild en zoet,
En in 't purperwaas der bronne
Zwijmt heur gouden wedergloed;
Om de donkere berkekruinen
Trekt de nevelsluier dicht,
En de toppen van de duinen
Dommelen weg in 't schemerlicht.