Boekgegevens
Titel: Toetsnaald I voor adspirant-onderwijzers en onderwijzeressen: Verzameling der schriftelijke werkzaamheden van LXXIII acte-examens voor onderwijzer van 1894-1899
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: 's-Gravenhage: Haagsche Boekhandel- en Uitgevers-maatschappij, 1899
2e verm. uitg
Opmerking: Bevat ook: Eerste vervolg 1898-1899
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8764
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202120
Onderwerp: Onderwijs: onderwijs, beroepsuitoefening en organisaties van het onderwijs
Trefwoord: Onderwijsbevoegdheid, Examenopgaven
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Toetsnaald I voor adspirant-onderwijzers en onderwijzeressen: Verzameling der schriftelijke werkzaamheden van LXXIII acte-examens voor onderwijzer van 1894-1899
Vorige scan Volgende scanScanned page
1895. (October.)
XXVI. Zeeland.
Nederlandsche taal (21/2 uur.)
I. Een opstel over één der drie volgende onderwerpen:
a. Uwe omgeving bij winterdag.
h. Herinneringen uit uwen eersten schooltijd,
c. Bestrijd of verdedig de toenemende liefde voor lichaams-
oefeningen in de vrije lucht (sport) bij jongelieden.
II. Ontbind onderstaand versje in zinnen, benoem ze, en
zeg. waardoor het verband wordt aangewezen.
Tot welke rededeelen behooren de woorden waar en wie,
en waarom?
Welke kracht heeft ver in verstaalt, en vergelijkt dit ver
met dat in vergulden, versteenen, verboeren, verschimmelen.
De nood is voor het hart een vuur,
Waar ijzer in verstaalt:
Wie man is, beeft of wanhoopt niet.
Maar valt of zegepraalt.
J. de Geyter.
III. Gebruik één der woorden: inpeperen of ontnuchteren,
alsmede één der uitdrukkingen: water in eijn wijn doen of
iets door de vingers zien in figuurlijken zin en verklaar deze
beteekenis uit de letterlijke.
IV. Maak zinnen, waaruit het onderscheid blijkt tusschen:
onrustig, rusteloos en ongerust, en zeg, waarin het bestaat.