Boekgegevens
Titel: Toetsnaald I voor adspirant-onderwijzers en onderwijzeressen: Verzameling der schriftelijke werkzaamheden van LXXIII acte-examens voor onderwijzer van 1894-1899
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: 's-Gravenhage: Haagsche Boekhandel- en Uitgevers-maatschappij, 1899
2e verm. uitg
Opmerking: Bevat ook: Eerste vervolg 1898-1899
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8764
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202120
Onderwerp: Onderwijs: onderwijs, beroepsuitoefening en organisaties van het onderwijs
Trefwoord: Onderwijsbevoegdheid, Examenopgaven
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Toetsnaald I voor adspirant-onderwijzers en onderwijzeressen: Verzameling der schriftelijke werkzaamheden van LXXIII acte-examens voor onderwijzer van 1894-1899
Vorige scan Volgende scanScanned page
32
2. Teeken een kaartje van Gelderland, met vermelding van
wateren, spoorwegen en voorname plaatsen.
3. Het verschil tusschen West- en Oost-Java.
4. Beschrijving van Suriname. (Natuurlijke gesteldheid van
den bodem, klimaat, rivieren, voortbrengselen, regeering.)
Opvoedkunde.
Behandel een der onderwerpen:
Hoe brengt ge de kinderen tot natuurlijk lezen.
Waarin bestaat de kracht van het goede voorbeeld.
XXY. IVoord-Brabant.
Nederlandsche taal.
1. het verloren kind.
Een hulpeloos jongsken, twee zomers pas oud.
Verdwaalt uit zijn dorpje, naar 't eenzame woud.
Zijne ouderen zoeken hun lieveling zoo lang.
Geen tocht in hun leven viel ze immer zoo lang,
En vriend en gebuur maakt zich op uit het dal.
Door 't woud klinken voetstap en kreet overal.
Veraf rolt de donder, H geboomt schudt de wind;
Luid weeklaagt de moeder : „mijn kind, mijn kind !"
Geef het bovenstaande zooveel mogelijk met eigen woorden
in proza weer.
Zet met een cijfer den naamval boven ieder woord, dat in
een naamval staat.
Benoem in de taalkundige ontleding: hun, viel, ze, 'tge-
boomt schudt de wind. Ontleed het redekundig, en zeg het-
zelfde met andere woorden.
2. Struikelblok, bloemlezing, omhelzen, ontzenuwen, ont-
maskeren, machtspreuk, peilschaal en onbekookt.
Verklaar 2 van de 8 opgegeven woorden, d. i. tracht op te
sporen de afleiding van de overdrachtelijke of oneigenlijke
beteekenis uit de oorspronkelijke of eigenlijke, en gebruik de
2 verklaarde woorden in twee fiksche zinnen.