Boekgegevens
Titel: Toetsnaald I voor adspirant-onderwijzers en onderwijzeressen: Verzameling der schriftelijke werkzaamheden van LXXIII acte-examens voor onderwijzer van 1894-1899
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: 's-Gravenhage: Haagsche Boekhandel- en Uitgevers-maatschappij, 1899
2e verm. uitg
Opmerking: Bevat ook: Eerste vervolg 1898-1899
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8764
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202120
Onderwerp: Onderwijs: onderwijs, beroepsuitoefening en organisaties van het onderwijs
Trefwoord: Onderwijsbevoegdheid, Examenopgaven
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Toetsnaald I voor adspirant-onderwijzers en onderwijzeressen: Verzameling der schriftelijke werkzaamheden van LXXIII acte-examens voor onderwijzer van 1894-1899
Vorige scan Volgende scanScanned page
31
XXIV. I.iiiibiirs.
Nederlandsche Taal.
a. Opstel over een der volgende onderwerpen:
1. Hoog water.
2. De hengelaar.
3. Bezin, eer gij begint.
b. Geef den inhoud van onderstaande versregels in proza
weer.
de winterroos.
Versliept gij 'tzoet der Lentedagen,
Traag Roosje, dat gij nu nog waakt?
Uw Zusters toefde, in hof en hagen.
Een rust, die gij alleen niet smaakt!
Moge TJ de storm ten Zefir wezen.
Arm Bloempje, spreek, wat wint ge er bij?
't Genot der vreugd, hoe uitgelezen,
Is, ongedeeld, van geen waardij.
staring.
c. Benoem de zinnen met vermelding van het zinsverband van:
Dat wie niet werken wil, niet ete, staat geschreven.
Hij, die niet denkt, hij mag wel eten —maar niet leven.
d. Gebruik in zinnen de volgende figuurlijke uitdrukkingen
en verklaar de beteekenis der 2 laatste:
Naar de oogen zien.
Bewimpelen.
Op eigen wieken drijven.
Den genadeslag geven.
Aardrijkskunde.
Behandel eene der beide eerste en eene der beide laatste
opgaven:
1. De eilanden van Zuid-Holland, met opgave van de
wateren, die elk eiland omgeven, de voortbrengselen en de
voorname plaatsen.