Boekgegevens
Titel: Toetsnaald I voor adspirant-onderwijzers en onderwijzeressen: Verzameling der schriftelijke werkzaamheden van LXXIII acte-examens voor onderwijzer van 1894-1899
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: 's-Gravenhage: Haagsche Boekhandel- en Uitgevers-maatschappij, 1899
2e verm. uitg
Opmerking: Bevat ook: Eerste vervolg 1898-1899
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8764
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202120
Onderwerp: Onderwijs: onderwijs, beroepsuitoefening en organisaties van het onderwijs
Trefwoord: Onderwijsbevoegdheid, Examenopgaven
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Toetsnaald I voor adspirant-onderwijzers en onderwijzeressen: Verzameling der schriftelijke werkzaamheden van LXXIII acte-examens voor onderwijzer van 1894-1899
Vorige scan Volgende scanScanned page
24
: twee stuurlui.
De man zij wijs; de vrouw zij goed! —
Twee stuurlui ... is een overvloed,
Die 't beste scheepje stranden doet.
Nederlandsche taal (1 uur).
I.
Geef in eigen woorden eene korte omschrijving van de vol-
gende spreekwoorden:
Wie zich aan een ander spiegelt, spiegelt zich zacht.
Alle hout is geen timmerhout.
Men moet het ijzer smeden, als het heet is.
II.
Verklaar 2 der volgende uitdrukkingen, en gebruik die in
flinke zinnen:
den voet in den stijgbeugel hebben,
uit het veld geslagen zijn,
een oog in 't zeil houden.
Aardrijkskunde (1 uur).
(Eén der drie volgende opgaven, naar keuze.)
1. Geef een beschrijving van het riviereiland tusschen de
Rijn—Lek, de Waal—Merwede en de Noord.
2. Noem drie paren steden in Nederland, die zich, met het
oog op hare ligging en beteekenis, goed laten vergelijken;
werk van één paar de vergelijking uit en wijs bij de andere
twee paren de punten van overeenkomst en verschil be-
knopt aan.
3. Vertel iets van de kusten van Noorwegen, en maak
daarna, in eene schets der middelen van bestaan in dat land,
duidelijk, waardoor aldaar de menschen bijna alle langs de
kust wonen.
Opvoedkunde (1 uur).
(Naar keuze.)
1. Goed onderwijs ontwikkelt de leerlingen niet alleen ver-
standelijk, maar ook zedelijk.
2. De onderwijzer zorge er voor, het vertrouwen en de ge-
negenheid zijner leerlingen te winnen.