Boekgegevens
Titel: Toetsnaald I voor adspirant-onderwijzers en onderwijzeressen: Verzameling der schriftelijke werkzaamheden van LXXIII acte-examens voor onderwijzer van 1894-1899
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: 's-Gravenhage: Haagsche Boekhandel- en Uitgevers-maatschappij, 1899
2e verm. uitg
Opmerking: Bevat ook: Eerste vervolg 1898-1899
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8764
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202120
Onderwerp: Onderwijs: onderwijs, beroepsuitoefening en organisaties van het onderwijs
Trefwoord: Onderwijsbevoegdheid, Examenopgaven
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Toetsnaald I voor adspirant-onderwijzers en onderwijzeressen: Verzameling der schriftelijke werkzaamheden van LXXIII acte-examens voor onderwijzer van 1894-1899
Vorige scan Volgende scanScanned page
15
Onderwijs en Opvoeding, uur.)
Vrije keus tusschen de twee volgende onderwerpen :
a. Een onderwijzer moet zich bemind maken bij zijne leer-
lingen.
Wat behoort hij met het oog daarop te doen en te
laten ?
b. Op welke wijze zult gij het best den zin voor orde,
netheid en vlijt bij uwe leerlingen opwekken en bewaren ?
XII. Cironingcn.
Nederlandsche taal. (2 uur.)
De beste vriend.
Ik heb een vriend met ijzren hand,
En koel gebiedend oog;
Met recht gevoel en kloek verstand.
Doch vaak wel norsch en droog.
Zijn woord voor mij, zijn wil is wet.
Zijn wenken is gebod;
Wee ! zoo mijn ziele zich verzet:
Hij rooft mij elk genot.
Hij stoort mij soms in 't zaligst uur
Bij lust en feest en lied;
Als in de weelde der natuur
Mijn droomend hart geniet.
Hij jaagt mij van de liefste plek,
Hoe zoet de morgen lacht,
En sluit mij op in 'teng vertrek.
Daar lastige arbeid wacht.
Hij dwingt mij kalm te zijn en sterk.
Terwijl mij "tharte bloedt;
En als ik ween, dan zegt hij : werk!
Als ik niet kan: gij moet!