Boekgegevens
Titel: Toetsnaald I voor adspirant-onderwijzers en onderwijzeressen: Verzameling der schriftelijke werkzaamheden van LXXIII acte-examens voor onderwijzer van 1894-1899
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: 's-Gravenhage: Haagsche Boekhandel- en Uitgevers-maatschappij, 1899
2e verm. uitg
Opmerking: Bevat ook: Eerste vervolg 1898-1899
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8764
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202120
Onderwerp: Onderwijs: onderwijs, beroepsuitoefening en organisaties van het onderwijs
Trefwoord: Onderwijsbevoegdheid, Examenopgaven
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Toetsnaald I voor adspirant-onderwijzers en onderwijzeressen: Verzameling der schriftelijke werkzaamheden van LXXIII acte-examens voor onderwijzer van 1894-1899
Vorige scan Volgende scanScanned page
12
(Nederlandsche taal uur).
1. Verklaar twee der volgende uitdrukkingen, door de
figuurlijke beteekenis uit de eigenlijke af te leiden:
a. Iemand uit den zadel lichten;
b. Hij is het offer van zijne eerzucht geworden;
c. Eene geijkte uitdrukking;
d. Dat is hem een doorn in het vleesch;
e. Onheilspellende cijfers.
2. Breng de volgende woorden zoodanig in zinnen, dat
daaruit blijkt, dat de beteekenis u duidelijk is:
verdragen,
ontgoochelen,
hersenschim.
A a r d r ij k s k u n d e (1 uur).
1. De achterhoek van Gelderland.
(Grondsoorten en waar men deze vindt, hoogte en helling
van den bodem, rivieren, produkten, nijverheid, sporen en
plaatsen.)
2. De Oostzee.
(De kust en hare eigenaardigheden, inhammen, eilanden,
rivieren, klimaat, staten en plaatsen.)
3. West-Java.
(Kust, gebergte, rivieren, klimaat, produkten, residentiën en
plaatsen.)
Onderwijs en Opvoeding (1 uur).
Ter keuze:
I. Als al uwe leerlingen in het bezit waren van een doosje
met 1000 cM^., hoe zoudt gij hun dan leeren, dat 1 dM^.
gelijk is aan 1000 cM^.?
II. Waarom tracht men het schrijfonderwijs met het aan-
vankelijk leesonderwijs te verbinden?
Welke bezwaren zijn aan een combinatie van beide vakken
verbonden en hoe tracht gij die te verminderen?
III. Hoe richt gij het onderwijs in het stellen in?