Boekgegevens
Titel: Toetsnaald I voor adspirant-onderwijzers en onderwijzeressen: Verzameling der schriftelijke werkzaamheden van LXXIII acte-examens voor onderwijzer van 1894-1899
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: 's-Gravenhage: Haagsche Boekhandel- en Uitgevers-maatschappij, 1899
2e verm. uitg
Opmerking: Bevat ook: Eerste vervolg 1898-1899
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8764
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202120
Onderwerp: Onderwijs: onderwijs, beroepsuitoefening en organisaties van het onderwijs
Trefwoord: Onderwijsbevoegdheid, Examenopgaven
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Toetsnaald I voor adspirant-onderwijzers en onderwijzeressen: Verzameling der schriftelijke werkzaamheden van LXXIII acte-examens voor onderwijzer van 1894-1899
Vorige scan Volgende scanScanned page
41
Aardrükskunde (1 uur).
Maak een opstel over één der volgende onderwerpen:
No. 1. De Veenkoloniën (Ontstaan, Middelen van bestaan.
Ligging).
No. 2. Onze drie Gouvernementen in de Oost.
No. 3. Denemarken (Gebied, Omringende wateren , Grond-
soorten, Middelen van bestaan. Bezittingen).
Rekenen (2 uur).
1. Voor 6 jaar verhielden de jaren van A en B zich als
2:3, en over 12 jaar zullen ze zich verhouden als 5:6. Hoe
oud zijn ze thans?
2. A bezit f 100, B f 60. A geeft een zekere som uit en
B half zooveel. Hoeveel heeft ieder uitgegeven als de resten
zich verhouden als de getallen 6 en 5?
3. Een voetganger legt den weg van A naar B af in 8
uui'. Had hij op de eerste helft van den weg 1.15/5 maal zoo
snel geloopen en op de tweede lielft 1 KM. minder per uur
afgelegd, dan zou hij 9 minuten langer onderweg zijn geweest.
Hoe lang is die weg?
4. Als a een geheel getal en 3a—3 een vijfvoud is, dan
is ook 4a + l een vijfvoud. Bewijs dit.
5. Van eene party rogge verkoopt men het derde deel
tegen f 6 en de rest tegen f 6,80 den HL. 't Verlies op de
eerste partij staat tot de winst op de derde als 8:15, terwijl
op die 2 partijen f 140 gewonnen wordt Hoe groot was de
geheele partij?
6. Vier getallen vormen eene evenredigheid. De som der
eerste twee getallen is 23; zij staan tot elkaar als3,1307692$
tot 5,2657142.
De vierde term is 22^ :4.13/33 meer dan de derde. Welke
is die evenredigheid?
Theorie van Onderwijs en Opvoeding (l.J uur).
Behandel één der volgende onderwerpen:
1. Geef eene beknopte beschrijving van de methode voor
het aanvankelijk lezen, die gij op school zoudt wenschen
te volgen.
2. De klasse van zesjarige leerlingen is voor het eerst ter