Boekgegevens
Titel: Toetsnaald I voor adspirant-onderwijzers en onderwijzeressen: Verzameling der schriftelijke werkzaamheden van LXXIII acte-examens voor onderwijzer van 1894-1899
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: 's-Gravenhage: Haagsche Boekhandel- en Uitgevers-maatschappij, 1899
2e verm. uitg
Opmerking: Bevat ook: Eerste vervolg 1898-1899
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8764
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202120
Onderwerp: Onderwijs: onderwijs, beroepsuitoefening en organisaties van het onderwijs
Trefwoord: Onderwijsbevoegdheid, Examenopgaven
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Toetsnaald I voor adspirant-onderwijzers en onderwijzeressen: Verzameling der schriftelijke werkzaamheden van LXXIII acte-examens voor onderwijzer van 1894-1899
Vorige scan Volgende scanScanned page
37
a. Geef dcu inhoud van dit gedichtje met uw eigen woorden
weer, zoodat daaruit duidelijk blijkt, dat gü de bedoeling
van den dichter begrijpt.
b. Ontleed de cursief gedrukte woorden taalkundig.
Theorie van Onderwysen Opvoeding.
(1 uur).
In menige school wordt, ook in hoogere klassen, stooteud
en eentonig gelezen. Waar zoudt gij de oorzaak (of oorzaken)
van die slechte gewoonte zoeken, en hoe zult gij handelen,
om vloeiend en klankvol te leeren lezen ?
Rekenen. (1.^ uur).
1. A, B en C kunnen samen zeker werk afmaken in 20
dagen. Werken A en B samen eerst 11 dagen, dan kan B
alleen de rest afmaken in 16 dagen. In hoeveel dagen kan
B alleen het werk verrichten ?
2. Twee kapitalen, die 5000 gld. verschillen, staan gedu-
rende een jaar ä 3 en % 'sjaars uit. Waren zij ä 4 %
'sjaars uitgezet, dan zouden zij 1,28 maal zooveel rente op-
gebracht hebben. Hoe groot is elk kapitaal ?
3. Iemand verkoopt van een partij laken f ä 5.75 gld. en
de rest ä f 6.50 den M. De winst op den len verkoop staat
tot de winst op den 2en verkoop als 5 tot 6. Bereken den
inkoopsprijs per M.
4. A, B en C verrichten samen een zeker werk, en ont-
vangen daarvoor 760 gld-, waarvan 0 160 gld. bekomt.
Hoeveel moeten A en B elk ontvangen, als A en C samen
dat werk in 2'j- maand en B en C het samen in 4^ maand
hadden kunnen afmaken ?
5. Een van boven open bakje, gemaakt van hout van
3 cM. dikte, heeft binnenwerks gelijke afmetingen en
kan 1 L water bevatten. Er wordt een ijzeren kogel in
gelegd, die alle wanden aanraakt en de overige ruimte wordt
gevuld met een vloeistof, waarvan het s. g. 1.05 is. Hoeveel
gewicht zal de bak nu hebben ? f = ^, s. g. van ijzer 7,98
en van hout 0,8.