Boekgegevens
Titel: Toetsnaald I voor adspirant-onderwijzers en onderwijzeressen: Verzameling der schriftelijke werkzaamheden van LXXIII acte-examens voor onderwijzer van 1894-1899
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: 's-Gravenhage: Haagsche Boekhandel- en Uitgevers-maatschappij, 1899
2e verm. uitg
Opmerking: Bevat ook: Eerste vervolg 1898-1899
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8764
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202120
Onderwerp: Onderwijs: onderwijs, beroepsuitoefening en organisaties van het onderwijs
Trefwoord: Onderwijsbevoegdheid, Examenopgaven
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Toetsnaald I voor adspirant-onderwijzers en onderwijzeressen: Verzameling der schriftelijke werkzaamheden van LXXIII acte-examens voor onderwijzer van 1894-1899
Vorige scan Volgende scanScanned page
34
te maken vau de ervaring der leerlingen buiten de school.
Zet de vvenschelijkheid daarvan beknopt uiteen en geef voor-
beelden uit verschillende vakken om aan te toonen, hoe dat kan.
2. Wat ge onderwijst moet berusten op hetgeen voorafging.
Wat dient vooraf te gaan, eer ge de leerlingen de opper-
vlakte laat berekenen van een rechthoek, lang 3 J M., breed
21 M.?
Y. Koord-Holland.
S c h r ü V e n. (i uur).
.Tohann Amos Comenius, Duitsch opvoedkundige, werd
geboren in eene Moravische broedergemeente op den 28sten
Maart 1592 en stierf te Naarden den 15 October 1671.
Zijne , Opera didactica omnia" zijn in 1657 te Amsterdam
in het licht verschenen.
Nederlandsche Taal. (2J uur).
N.B. Spelling van De Vries en Te Winkel.
Buigingsuitgangen mogen niet verwaarloosd worden.
I. Eeu opstel over één der volgende onderwerpen:
1. Het reizen in onzen tijd vergeleken met dat in het
begin dezer eeuw.
2. Het kroningsfeest in 1898.
3. Voor mijn venster.
4. Ons drinkwater.
II. Gebruik vijf van de volgende onderwerpen in goede
zinnen, waarin de figuurlijke beteekenis duidelijk uitkomt:
1. Monnikenwerk doen.
2. De groote trom roeren.
3. Den spijker op den kop slaan.
4. Iemand over het paard tillen.
5. Huilen met de wolven, waarmede men in het bosch is.
6. Roeien met de riemen, die men heeft.
7. Het onderspit delven.
8. Gloeiende kolen op iemands hoofd laden.
9. De paarden achter den wagen spannen.
10. Met vuur spelen.