Boekgegevens
Titel: Toetsnaald I voor adspirant-onderwijzers en onderwijzeressen: Verzameling der schriftelijke werkzaamheden van LXXIII acte-examens voor onderwijzer van 1894-1899
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: 's-Gravenhage: Haagsche Boekhandel- en Uitgevers-maatschappij, 1899
2e verm. uitg
Opmerking: Bevat ook: Eerste vervolg 1898-1899
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8764
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202120
Onderwerp: Onderwijs: onderwijs, beroepsuitoefening en organisaties van het onderwijs
Trefwoord: Onderwijsbevoegdheid, Examenopgaven
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Toetsnaald I voor adspirant-onderwijzers en onderwijzeressen: Verzameling der schriftelijke werkzaamheden van LXXIII acte-examens voor onderwijzer van 1894-1899
Vorige scan Volgende scanScanned page
33
2 Voor en na het onweder.
3. Een vrije namiddag.
A a r d r ij k s k u n d e. (1 uur).
Behandel een der drie volgende onderwerpen:
1. Wat soort van koloniën kent ge in ons land? Noem er
een van elke soort; duid de ligging er van aan en zeg, wat
ge weet van het bedrijf der bewoners.
2. West- en Midden-Java.
3. De Rijnprovincie.
Rekenen. (2 uren).
1. A eu B hebben samen f 5Ö0. Als A \ van zijn geld,
en B van het zyne heeft uitgeven, houdt A driemaal zoo-
veel over als B. Hoeveel had ieder oorspronkelijk ?
2. A handelt gedurende 9 maanden met zijn kapitaal, en
B 11 maanden met het zijne. Zij winnen 8 % 'sjaars. Als
hun kapitalen te zamen f 8400 bedragen, en de gezamenlijke
winst f 556 is, hoe groot is dan ieders kapitaal?
3. Aan zeker werk arbeidt A eerst 6 dagen. Daarna wordt
hij vervangen door B, die 5 dagen werkt en in dien tijd ^
der rest afmaakt. Nu werken zij samen om het werk te vol-
tooien nog 5yy dag.
In hoeveel dagen kan ieder afzonderlijk het werk afmaken ?
4. Er zijn gegeven twee gelijke breuken. Bewijs, dat elk
dier breuken gelijk is aan een nieuwe breuk, die tot teller
heeft 3 maal den teller der eerste breuk vermeerderd met 4
maal den teller der tweede breuk, en tot noemer 3 maal
den noemer der eerste, vermeerdert met 4 maal den noemer
der tweede breuk.
5. Van drie getallen is de Gr. G. D. van het eerste en
tweede 4, en die van het derde getal onderling ondeelbaar
zijn.
Hoeveel maal is het K. G. V. der drie getallen op hun
gedurig product begrepen ?
Theorie van onderwijs en opvoeding. (IJ uur).
Behandel één der volgende opgaven:
1. De onderwijzer dient in de school herhaaldelijk gebruik