Boekgegevens
Titel: Toetsnaald I voor adspirant-onderwijzers en onderwijzeressen: Verzameling der schriftelijke werkzaamheden van LXXIII acte-examens voor onderwijzer van 1894-1899
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: 's-Gravenhage: Haagsche Boekhandel- en Uitgevers-maatschappij, 1899
2e verm. uitg
Opmerking: Bevat ook: Eerste vervolg 1898-1899
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8764
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202120
Onderwerp: Onderwijs: onderwijs, beroepsuitoefening en organisaties van het onderwijs
Trefwoord: Onderwijsbevoegdheid, Examenopgaven
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Toetsnaald I voor adspirant-onderwijzers en onderwijzeressen: Verzameling der schriftelijke werkzaamheden van LXXIII acte-examens voor onderwijzer van 1894-1899
Vorige scan Volgende scanScanned page
30
2. Reis laugs de Noordkust van Java.
3. De Povlakte.
III. Utrecht.
S c h r ij V e n. uur).
(Eén regel groot, één regel middelsoort, één regel staand
klein en de rest loopend klein).
Hare Majesteit Wilhelmina, Koningin der Nederlauden,
Prinses van Oranje-Nassau, werd den 6 September 1898 in
de Nieuwe Kerk te Amsterdam ingehuldigd.
Nederlandsche Taal. (2^ uur).
N.B. Buigingsuitgangen niet weglaten.
aan een pas geleebde.
Beschimp geen voorgeslacht, omdat het weinig wist
Van 't geen 't onmooglijk weten konde;
En maak 't niet tot zoo groot een zonde,
Zoo slechts vernuftig heeft gegist.
Zoo gij, wiens wijsheid bij 't vergaderen
Der vrucht van andWer arbeid blijft.
Geleefd had in den tijd dier vaderen,
Wier vonnis uw verwaandheid schrijft,
In ons waar 't nimmer opgekomen
Met u te spotten, naar ik acht;
Want vriend! van lieden van uw kracht
Heeft nooit het volgende geslacht
Den naam of eenig woord vernomen.
1. Geef den inhoud van bovenstaand gedicht in eigen
woorden wéér.
2. Benoem taalkundig de cnrsief gedrukte woorden.
3. Verklaar twee der volgende uitdrukkingen en gebruik
ze daarna figuurlijk in een zin: uit zijn rol vallen; — op
sleeptouw nemen; — met dubbel krijt schrijven; — in de
val lokken; — een lans voor iemand breken.
4. Verklaar twee der volgende woorden en gebruik ze
daarna figuurlijk in een zin: overwicht; steunpilaar; eindpaal;
maalstroom; opvijzelen; noodschot; plechtanker.