Boekgegevens
Titel: Toetsnaald I voor adspirant-onderwijzers en onderwijzeressen: Verzameling der schriftelijke werkzaamheden van LXXIII acte-examens voor onderwijzer van 1894-1899
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: 's-Gravenhage: Haagsche Boekhandel- en Uitgevers-maatschappij, 1899
2e verm. uitg
Opmerking: Bevat ook: Eerste vervolg 1898-1899
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8764
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202120
Onderwerp: Onderwijs: onderwijs, beroepsuitoefening en organisaties van het onderwijs
Trefwoord: Onderwijsbevoegdheid, Examenopgaven
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Toetsnaald I voor adspirant-onderwijzers en onderwijzeressen: Verzameling der schriftelijke werkzaamheden van LXXIII acte-examens voor onderwijzer van 1894-1899
Vorige scan Volgende scanScanned page
29
Eu ouder het suizeii en bruisen van het want en het water
zetten de beide heeren zich aan den disch.
Rekenen. (H uur).
1. Een koopman verkoopt een partij waren met 12 % winst.
Had hij «e f 350 duurder ingekocht, dan zou hij sleclits 5 %
gewonnen hebben. Uit hoeveel K.G. bestaat de party, als zg
voor f 0.25 per K.G. is ingekocht?
2. Iemand heeft guldens en gouden tientjes ter gezamen-
lijke waarde van f 195. Wisselt hij ze alle tegen rijksdaalders ,
dan verandert het aantal zijner geldstukken niet. Hoeveel
heeft hij er van iedere soort?
3. Twee aannemers C en D nemen samen een werk aan.
C zendt eerst 40 en D 36 man. Na 6 weken roept C 10 man
terug, terwijl I) er nog eenige mannen bij zendt. Toen het
werk 4 weken klaar was, kreeg D der aanneiningssoni.
Hoeveel man had D later nog gezonden ?
4. Een vat 12 d.M. hoog loopt leeg door 2 kranen, een
aan den bodem, die 5 d.L. per seconde en een op de helft
der hoogte, die 3 d.L. per seconde loost. Was de bovenste
kraan 1 d.M. hooger geplaatst, dan zou het vat 45 seconden
later leeg zijn. In hoeveel seconden is het vat leeg, als beide
kranen openstaan?
5. Een rentenier zet van een kapitaal f en nog 120 uit en
ontvangt per jaar f 113.40 rente. De rest van dit kapitaal
brengt hem tegen hetzelfde percent 'sjaars jaarlijks f 264.60
rente op. Hoe groot is het kapitaal ?
Paed agogie (1 uur).
Ter keuze:
1. Welke aanschouwingsmiddelen voor het rekenonderwijs
zijn u bekend en welk gebruik is er van te maken?
2. Welke eischen stelt ge aan het lezen uwer leerlingen by
het voortgezet leesonderwijs? Hoe brengt gij hen er toe,
daaraan zooveel mogelijk te voldoen ?
3. Fouten te voorkomen is meer waard, dan ze te verbe-
teren. Hoe kan de onderwijzer toonen, dat hij deze waarheid
begrijpt ?
A a r d r ij k s k u n d e. (f uur).
Ter keuze:
1. Noord-Holland ten zuiden van het Noordzeekauaal.