Boekgegevens
Titel: Toetsnaald I voor adspirant-onderwijzers en onderwijzeressen: Verzameling der schriftelijke werkzaamheden van LXXIII acte-examens voor onderwijzer van 1894-1899
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: 's-Gravenhage: Haagsche Boekhandel- en Uitgevers-maatschappij, 1899
2e verm. uitg
Opmerking: Bevat ook: Eerste vervolg 1898-1899
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8764
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202120
Onderwerp: Onderwijs: onderwijs, beroepsuitoefening en organisaties van het onderwijs
Trefwoord: Onderwijsbevoegdheid, Examenopgaven
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Toetsnaald I voor adspirant-onderwijzers en onderwijzeressen: Verzameling der schriftelijke werkzaamheden van LXXIII acte-examens voor onderwijzer van 1894-1899
Vorige scan Volgende scanScanned page
24
2. Twee kapitalen staan uit tegen 4^ en 5 pCt. 'sjaars.
Gemiddeld brengen zij 4,8 pCt. op. Verwisselde men de pro-
centen , dan zou de interest in een jaar f 3 minder bedragen.
Welke zijn die kapitalen?
3. Op eene school waren 1.'maal zooveel jongens als meisjes.
Toen er 16 jongens bijgekomen, doch 10 meisjes vertrokken
waren, was het aantal meisjes slechts f van dat der jongens.
Hoeveel kinderen waren er eerst?
4. Van eene niet-opgaande deeling is het quotiënt 99.
Bewijs, dat de rest kleiner is dan 0,01 van dat deeltal.
5. a. Bewijs, dat a (a+ 1) (2a-»- 1) door 6 deelbaar is.
h. in welke gevallen is a (a -H 1) (a + 2) door 8 deelbaar?
(NB. In beide gevallen wordt verondersteld, dat a een
geheel getal is).
6. Den IS'^®" April van het vorige jaar bracht A eene som
gelds in de Rijkspostspaarbank, en eene week later legde B
er f 120 meer in. Den Januari was het Rijk hun samen
aan kapitaal en rente schuldig f 1099.536. Wat had ieder
ingelegd?
(NB. De rente bedraagt 2,64 pCt. in het jaar, d. i. 11 cent
voor elke f 100 in elke halve maand. Die rente begint te
loopen: voor inlagen, gedaan van den tot en met den
15<i®° eener maand, met den 16"^®° dierzelfde maand, en voor
inlagen, gedaan vau den 16^®° tot en met den laatsten eener
maand, met den der daaropvolgende maand.
Theorie van Onder wys en Opvoeding.
(1 uur).
Bij goed onderwijs gaat men altijd van het bekende uit.
Toon aan, waarom dit verstandig is, en laat zien, hoe gij
vau deze waarheid partij kunt trekken bij het ouderwijs aan
de Aanvangsklasse.
A a r d r ij k s k u n d e. (1 uur).
Maak een opstel naar aanleiding van één der navolgende
onderwerpen:
1. De Oostzee en hare kusten.
2. Zuid-Afrika.