Boekgegevens
Titel: Toetsnaald I voor adspirant-onderwijzers en onderwijzeressen: Verzameling der schriftelijke werkzaamheden van LXXIII acte-examens voor onderwijzer van 1894-1899
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: 's-Gravenhage: Haagsche Boekhandel- en Uitgevers-maatschappij, 1899
2e verm. uitg
Opmerking: Bevat ook: Eerste vervolg 1898-1899
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8764
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202120
Onderwerp: Onderwijs: onderwijs, beroepsuitoefening en organisaties van het onderwijs
Trefwoord: Onderwijsbevoegdheid, Examenopgaven
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Toetsnaald I voor adspirant-onderwijzers en onderwijzeressen: Verzameling der schriftelijke werkzaamheden van LXXIII acte-examens voor onderwijzer van 1894-1899
Vorige scan Volgende scanScanned page
23
Gelderland.
Nederlandsche Taal. (1 uur).
а. Maak een opstel naar aanleiding van één der navolgende
onderwerpen:
1. Sneeuwpret.
2. Een Schoolfeest.
3. Eene Wandeling in het voorjaar.
h. (1 uur). Daarenboven.
Geen Kwaad te doen is wel onze eerste plicht,
Maar, hebt ge dien vervuld geheel uw leven.
Och! gij hebt nog niet veel verricht;
Veel Goed te doen (al valle 't ook niet licht!)
Dat hoort daarbóven en daarneven.
Heije.
o. 1. Geef de bedoeling van den dichter in uw eigen
woorden weer.
2. Ontbind het geheel in zinnen, en benoem die.
Geen Kwaad te doen is wel onze eerste plicht,
Maar, hebt ge dien vervuld geheel uw leven,
Och! gij hebt nog niet veel verricht:
Veel Goed te doen (al valle Hook niet licht!)
Dat hoort daarboven en daarneven.
3. Benoem taalkundig de cursief gedrukte woorden.
h. Leid de figuurlijke beteekenis van drie of meer der
volgende uitdrukkingen af uit de eigenlijke:
L Het liep met een sisser af.
2. Tusschen de klippen doorzeilen.
3. Hoogte van eene zaak nemen.
4. Een achterdeurtje open houden.
5. Den eersten steen op iemand werpen.
б. Het roer van den staat.
Rekenen. (2 uur).
L Als de teller eener breuk met 3 verminderd en de noemer
met 13 vermeerderd wordt, is de waarde dier breuk f. Trekt
men evenwel van den teller 8 af en telt men bij den noemer
18 op. dan wordt de waarde i'V- Welke breuk is hier bedoeld?