Boekgegevens
Titel: Toetsnaald I voor adspirant-onderwijzers en onderwijzeressen: Verzameling der schriftelijke werkzaamheden van LXXIII acte-examens voor onderwijzer van 1894-1899
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: 's-Gravenhage: Haagsche Boekhandel- en Uitgevers-maatschappij, 1899
2e verm. uitg
Opmerking: Bevat ook: Eerste vervolg 1898-1899
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8764
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202120
Onderwerp: Onderwijs: onderwijs, beroepsuitoefening en organisaties van het onderwijs
Trefwoord: Onderwijsbevoegdheid, Examenopgaven
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Toetsnaald I voor adspirant-onderwijzers en onderwijzeressen: Verzameling der schriftelijke werkzaamheden van LXXIII acte-examens voor onderwijzer van 1894-1899
Vorige scan Volgende scanScanned page
22
2. Bij zekeren handel dacht A 0,3 van den verkoop te
winnen. De winst bedroeg echter slechts 0,3 van den inkoop,
doordat 3^ pCt. vau den verkoop niet werd betaald en er
bovendien bij den verkoop f 43.50 onkosten gemaakt werden,
waarop niet gerekend was. Hoe groot was de inkoop?
3. P en Q koopen op de markt eene partij rogge a f4.80
den HL. Q, die f 18 meer bij zich dan F, zal er H maal zooveel
van betalen als deze. F houdt f 2.40 over; hij leent ze aan Q,
die nu nog f 9.60 te kort komt. Hoeveel geld had Q bij zich?
4. Keuze uit:
a. De G. G. D. van 2 getallen is ook de G. G. D. van hunne
som en bun K. G. V. Bewijs dit.
h. Als a een geheel getal is, en 5a + 4 deelbaar is door 13,
dan is ook 2a — 1 een 13-voud. Bewijs dit, en noem de eigen-
schappen, die gij achtereenvolgens hebt toegepast.
5. Een holle, regelmatige, vierzijdige piramide wordt met
den top naar beneden rechtstandig bevestigd. Men giet er
0,025 dS. water in. De diagonaal van 't grondvlak is 4 dM.,
de hoogte dM. (binnenwerks gemeten). Hoeveel cM. staat
het water beneden den rand?
Opvoedkunde. (1 um-).
Keuze uit:
1. Hoe zijt gy aanschouwelijk in de verschillende leerjaren
bij de vakken lezen en rekenen?
2. Om orde en tucht te handhaven op school, moet men
zelf ordelijk zijn en blijken geven, zich aan tucht te onder-
werpen. Toon aan, dat dit zoo is.
A a r d r ij k s k u n d e. (1 uur).
Werk drie van de vier volgende opgaven uit:
1. Waar komt het overtollige water van Drente in zee,
en langs welke wegen ?
2. Wat noemt men binnen-, wat buitenwater f Zyn er in
ons land ook provinciën, die geen ander buitenwater hebben
dan de zee? Zoo ja, welke?
3. Geef een beknopte beschrijving van Java's grootste rivier.
4. In bergstreken noemt men de engten of laagten, waai--
door beroemde wegen gaan, vaak poorten. Noem een 4-tal in
Europa en zeg nauwkeurig, waar zij zich bevinden. Wijs van
een er van de belangrijkheid aan.