Boekgegevens
Titel: Toetsnaald I voor adspirant-onderwijzers en onderwijzeressen: Verzameling der schriftelijke werkzaamheden van LXXIII acte-examens voor onderwijzer van 1894-1899
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: 's-Gravenhage: Haagsche Boekhandel- en Uitgevers-maatschappij, 1899
2e verm. uitg
Opmerking: Bevat ook: Eerste vervolg 1898-1899
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8764
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202120
Onderwerp: Onderwijs: onderwijs, beroepsuitoefening en organisaties van het onderwijs
Trefwoord: Onderwijsbevoegdheid, Examenopgaven
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Toetsnaald I voor adspirant-onderwijzers en onderwijzeressen: Verzameling der schriftelijke werkzaamheden van LXXIII acte-examens voor onderwijzer van 1894-1899
Vorige scan Volgende scanScanned page
19
A a r d r ij k s k u n d e. (1 uur).
1. De provincie Drente. (Ligging, aard van den bodem,
voortbrengselen, hoofdverkeerswegen, belangrijkste plaatsen).
Drente.
Nederlandsche Taal. {2i uur).
De eerste Apeil.
Geen Griekschen helden, halven Goden,
Geen Roomsche deugd, den schrik der aard,
Behooren hier de jub'lende Oden,
April is ons den Lierzang waard:
Wie zou, aan Hollands kust gezeten.
Den tijd der Vaderen vergeten
En zingen vreemde tonen ua?
Brengt ons de Grasmaand Lente's blijheid,
Zij bracht aan Holland eens de Vrijheid,
En de aarde sloeg Gods wond'ren ga!
1. Geef den inhoud van dit couplet met eigen woorden weer.
2. Verklaar den naamval van Lierzang (r. 4).
3. Verklaar den werkwoordsvorm zou vergeten (r. 5 en 6).
4. Hoe benoemt gij in de redekundige ontleding
a) aan Hollands kust gezeten (r. 5).
b) Brengt ans de Grasmaand Lente's blijheid (r. 8)?
Verklaar uwe meening.
5. Gebruik de volgende uitdrukkingen in volzinnen:
Aan lager wal geraken.
Uit de nachtschuit komen.
Eieren voor zijn geld kiezen.
Op de lange baan schuiven.
Een uiltje knappen.
Over één kam scheren.
6. Kunt ge ook een dezer uitdrukkingen verklaren?
Opstel. 1. De Zondag.
2. De ooievaar.
3. Gauw zei tegen Goed
('tWas dom van den bloed):
Hoe komt het, dat ik U zoo zelden ontmoet?