Boekgegevens
Titel: Toetsnaald I voor adspirant-onderwijzers en onderwijzeressen: Verzameling der schriftelijke werkzaamheden van LXXIII acte-examens voor onderwijzer van 1894-1899
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: 's-Gravenhage: Haagsche Boekhandel- en Uitgevers-maatschappij, 1899
2e verm. uitg
Opmerking: Bevat ook: Eerste vervolg 1898-1899
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8764
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202120
Onderwerp: Onderwijs: onderwijs, beroepsuitoefening en organisaties van het onderwijs
Trefwoord: Onderwijsbevoegdheid, Examenopgaven
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Toetsnaald I voor adspirant-onderwijzers en onderwijzeressen: Verzameling der schriftelijke werkzaamheden van LXXIII acte-examens voor onderwijzer van 1894-1899
Vorige scan Volgende scanScanned page
IG
Opvoedkunde. (1 uur).
(Ter keuze):
1. Hoe zoudt gij eene leesles voor eene boogere klasse
behandelen? Geef de redenen op van uwe wijze van doen.
2. Welke middelen zoudt gij aanwenden om het straften
in de school zooveel mogelijk te voorkomen?
Friesland.
Onderwerpen voor een opstel. (1 uur).
1. Geduld overwint alles.
2. Onze trouwe hond.
3. Mijn verjaardag.
Rekenen. (l.V uur).
1. Van eene deeling is het (juotient 48. Vermindert men
den deeler met ' zijner waarde, en vermeerdert men het
deeltal met 243, dan wordt het quotiënt 73. Welke is die
deeling?
2. Eene onvereenvoudigbare breuk, die 800 tot noemer
heeft, wordt tot eene tiendeelige breuk herleid. Indien men
uit deze laatste het decimaalpunt weglaat en bij het getal,
dat daardoor ontstaat, 12 maal den teller der gewone breuk
voegt, bekomt men 16029. Welke is die breuk?
3. Werkt A 2 dagen aan zeker werk. dan kan hij het
met B iu dag aftnaken; wei-kt B eerst 2 dagen alleen,
dan kan hij 'tmet A verder in 3 dagen doen. Ze beginnen
echter gelijk en A verdient f 4.40 meer dan B. Hoeveel
wordt er voor het geheele werk betaald?
4. Iemand kan eene partij goederen met 20 pCt. winst per
KG. verkoopen. Bij de aflevering blijkt echter, dat de partij
20 pCt. aan gewicht heeft verloren, waardoor hij in het geheel
f 14.40 moet verliezen.
Voor hoeveel heeft hij de partij gekocht?
5. Van een cilindervormig vat is de straal van het grond-
vlak 5-j dM. en de hoogte 1 M. In dit vat staat water tot
8 dM. hoogte. Men werpt er een kubus in van G dM. lengte.
Het water, dat nu uit het vat loopt, vangt men op in een
bak, die 7 dM. lang en G dM. breed is. Hoe hoog staat het
water in dien bak? (7 : 22).